Nieuws

Zelfkant

In 1930 brengt Hulp voor Onbehuisden de film Zelfkant uit om te laten zien waaruit het werk van de vereniging bestaat. De film van 23 minuten is gemaakt door de Nederlandse filmregisseur en -producent Henk Kleinman.

Zelfkant is een zwijgende promotiefilm. De sporadische teksten verschijnen op tussentitels. Hierin maakt HvO duidelijk waarom men voor het medium film heeft gekozen.

Nog te weinig is het werk der vereeniging Hulp voor Onbehuisden in zijn vollen omvang bekend. Daarom richt de vereeniging na het gesproken en geschreven woord en na het stilstaande beeld van lantaarnplaatjes, zich thans met het bewegende beeld tot het publiek om dit een meer volledigen indruk te geven van den moeilijken, maar ongetwijfeld nuttigen arbeid der vereeniging.

Plaats voor iedereen

Goed voor Nachtverblijf, toegangsbewijs uit de film Zelfkant, 1930

De film vertelt de fictieve geschiedenis van de berooide Amsterdamse familie Mulder. Doelloos zwervend langs de straten komen zij een politieagent tegen die hen aanraadt om naar Hulp voor Onbehuisden te gaan, want bij HvO is er plaats voor iedereen. Geen van de familieleden heeft er moeite mee, dat iedereen verdeeld over diverse afdelingen worden opgevangen. Een handige manier om de hele organisatie in beeld te brengen.
Iedereen doet het uitstekend tijdens deze time-out, de familie Mulder is weer spoedig op de been. Ze krijgen een nieuw huis toegewezen en vertrekken blijmoedig en gelouterd uit het Oud-Buitengasthuis om opnieuw zelfstandig hun plaats in de samenleving in te nemen.

Acteurs

‘In de film zullen geen acteurs of actrices optreden, doch de heer Kleinman zal verschillende typen uit het tehuis uitkiezen, die de respectievelijke rollen zullen vervullen,’ meldt De Tijd. De communistische krant De Tribune spreekt daarop van schandelijke exploitatie. ‘De arme onderdrukte slaven zullen voor de film eenige gehuichelde en kunstmatig verfraaide scènes spelen in plaats van hun ellendig bestaan in zijn wreede werkelijkheid te toonen om de directie geld in zijn brandkast te bezorgen.’

Still uit Zelfkant. de familie Mulder wordt op straat aangesproken door een agent

Medewerkers

Verder zien we in Zelfkant een aantal medewerkers van Hulp voor Onbehuisden aan hun werk. Zo is dokter Henri Loterijman, sinds jaar en dag als arts aan de vereniging verbonden, druk bezig op de kinderafdeling. P.C. Faber, directeur van de vrouwen- en kinderafdeling, maakt een dansje met kinderen en voert een gesprek met een pupil aan zijn bureau. Hoofddirecteur Honing overlegt met enkele reclasseringsbeambten en neemt de boeken door terwijl hij tevreden een sigaartje rookt.

Still uit Zelfkant, de familie Mulder wordt opgenomen bij Hulp voor Onbehuisden

Amsterdam

Zelfkant begint met een lange expressionistische sfeerimpressie van Amsterdam. Zoals de tussentitels in de film het verwoorden:

Amsterdam, stad van stagen arbeid, succes en rijkdom, maar ook … van werkeloosheid, armoede en ellende. […] Zooals in alle groote steden ontmoet men ook in onze hoofdstad van die tragische figuren, wien het direct is aan te zien, dat zij door den ijzeren greep van het noodlot niet zijn gespaard gebleven. Haveloos is hun kleeding, moeizaam hun tred en schichtig hun houding en blik.

Blijkbaar is dit een tijdsbeeld en een van de stijlkenmerken van regisseur Kleinman (1897-1945). ‘Natuurlijk opende hij weer met tientallen meters in elkaar vloeiende Amsterdamsche stadsgezichten, zonder welke een Nederlandsche film nu eenmaal niet gaaf schijnt te kunnen zijn,’ moppert de recensent van het Nieuwsblad van het Noorden over Zeemansvrouwen, een speelfilm van Kleinman, eveneens uit 1930.

Zelfkant, Kleinman filmt dokter Loterijman bij Hulp voor Onbehuisden

Collecteren

Na de voltooiing van Zelfkant treedt het bestuurslid mr. Wertheim van HvO in contact met de bioscoopbond om te bewerkstelligen dat Hulp voor Onbehuisden – in afwijking van de regels – mag collecteren in de theaters tijdens de vertoning van deze film.

Zelfkant, Kleinman filmt hoofddirecteur Honing van HvO

Zeemansvrouwen

Henk Kleinman speelde zelf een kleine rol als arts in Zeemansvrouwen

In Kleinmans speelfilm Zeemansvrouwen komt Hulp voor Onbehuisden ook voor. Het is de bedoeling dat Zeemanvrouwen, naar het gelijknamige toneelstuk uit 1928 van Herman Bouber, de eerste Nederlandse geluidsfilm zal worden, maar wordt door technische en financiële moeilijkheden uiteindelijk uitgebracht als laatste stille film van vaderlandse bodem.
Zeemansvrouwen is in 2003 door Henny Vrienten en Lodewijk de Boer alsnog van geluid voorzien.
Willy van Hemert maakt in 1968 een televisiebewerking van Zeemansvrouwen. Omdat Hulp voor Onbehuisden er een rol in speelt, krijgt de toenmalige algemeen directeur van HVO, Oncko Heldring, van de VARA het cameraboek cadeau.

Bij Jonker

‘Maak je maar niet bezorgd over de kinderen, die zijn goed onder dak bij Jonker…’, stelt iemand Mooie Leen, de hoofrolspeelster uit Zeemansvrouwen, gerust. Hulp voor Onbehuisden wordt in die tijd in de volksmond nog vaak Jonker genoemd, naar de stichter.
Zeemansvrouwen is online te zien bij Eye.
Kijk hier voor het fragment aan het slot van de film dat bij het Oud-Buitengasthuis van HvO speelt.

Oud Buitengasthuis van HvO in Zeemansvrouwen, 1930

In een vraaggesprek met Het Volk op 4 maart 1930 zegt Kleinman over het maken van Zeemansvrouwen dat er een paar echte Amsterdamse straattypen in voor komen, ‘die wonderlijk goed spelen. Een mannetje van Jonker zal een succes-nummer worden! Het is werkelijk verbluffend, wat er met deze menschen te bereiken valt.’

Oud Buitengasthuis

‘En dan komt hij te weten, dat zijn kinderen bij Jonker zijn en dat Leen in het gasthuis is,’ schrijft de recensent van De Indische courant. ‘ Zijn eerste gang is nu naar het asyl in het Oude Buitengasthuis (men ziet het poortje met de plaats en de bekende mooie pomp), waar hij de zaak voor de kindertjes, die intusschen loopen kunnen in orde maakt.’

Juweel

Als het Amsterdamse Stadsarchief, dat dan nog het Gemeentearchief heet, in 1990 een open dag houdt, is de film Zelfkant een van de schatten uit het verleden, aldus NRC Handelsblad. Men had de film op de kop getikt bij het Nederlands Filmmuseum, gerestaureerd en voorzien van muziek door orkest De Volharding. ‘Het is een juweel,’ volgens het gemeentearchief in De Telegraaf.

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *