Daniel aan het woord (Interview)

“Ze moeten denken: als hij het kan, dan lukt het mij ook”

Door Femke Schonewille

 

Het aantal dakloze jonge mensen in Nederland is sinds 2010 gestegen met 14%. Er leven momenteel zo’n 6000 jongeren – mensen tussen de 16 en 32 jaar – op straat. Ze zijn vaak weinig zichtbaar, zwerven niet rond in grote binnensteden zoals het stereotype clochard. Maar wie zijn deze mensen dan wel, en hoe ziet hun toekomst eruit? In Amsterdam begeleidt stichting HVO-Querido doorgaans zo’n 300 jongeren zonder huis, thuis en basis: op weg naar beter.

 

Daniël (22) is elf wanneer zijn moeder wordt getroffen door een herseninfarct en veel van haar kunnen verliest. Moeder en zoon verhuizen naar een appartement met een lift in de wijk Banne. Daniel’s tante krijgt de voogdij over zijn acht jaar jongere broertje, zijn twee oudere broers wonen op dat moment al elders in de stad.

Na een paar rommelige jaren en veel zorgen, vertrekt de moeder naar haar geboorteplek Curacao. Daniel blijft op zestienjarige leeftijd alleen achter in Amsterdam-Noord. “Zij dacht dat ik het wel aankon”. Terwijl hij nog op school zit en daarnaast ook werkt, wordt alles steeds lastiger te overzien. Er is simpelweg niemand die hem vertelt hoe het allemaal werkt. Wiet roken wordt langzaamaan zijn dagbesteding en geldzaken raken al snel verwaarloosd. De zorgverzekering betalen lukt niet meer, een huurachterstand is de volgende tegenslag. Een jaar later, op zijn zeventiende, belandt Daniël op straat.

Wat betekent dat in Amsterdam, op straat wonen als je zo jong bent? En misschien belangrijker, kom je daaruit en wie helpt je erbij? Dakloos zijn is vaak niet letterlijk jaar na jaar op straat zwerven, vertelt HVO-Querido directeur Paul Asberg. “Meestal hebben deze mensen wel plekken waar ze overnachten – bij vrienden of bekenden – maar een thuis is er niet. Het is moeilijk om exacte cijfers te vormen over de hoeveelheid jongeren waar het om gaat: pas wanneer ze aangemeld worden bij een stichting zoals de onze, dan komen ze in beeld.”

Dat in beeld komen, kan op verschillende manieren. De organisatie staat in rechtstreeks contact met Amsterdamse scholen; daar begint het vaak. Het valt natuurlijk op wanneer een jongere weinig aanwezig is, moeite heeft met het bijhouden van de stof, of dat er bijvoorbeeld geen toezicht is van ouders en verzorgers. Dan worden er gesprekken gevoerd en daaruit blijkt al vaak dat er sprake is van meervoudige problematiek, en dat er snel een veilige woonomgeving nodig is. Daarnaast worden jongeren die bij Jeugdzorg in behandeling zijn doorverwezen naar HVO-Querido wanneer ze 18 worden, en de vraag ‘wat nu’ een rol gaat spelen. Ten derde is er de groep jonge mensen die rechtsreeks van de straat gehaald wordt, vaak door de medewerkers van Streetcornerwork. Zij houden een oog in het zeil op straat en in de buurt, en leggen contact met jongeren waarvan vermoed wordt dat er iets mis is.

“Het belangrijkste dat je je moet realiseren bij het bieden van hulp aan deze jonge mensen, is dat het dakloos zijn sec nooit het probleem is, het probleem zit daaronder” vertelt Asberg. Dat zijn vaak schulden, psychiatrische beperkingen, een moeilijke gezinssituatie, kortom het niet in staat zijn om het leven op orde te houden. Ze besluiten weg te gaan van thuis of worden uit huis gezet, en belanden dan zonder enig perspectief in een ongewisse situatie.

Je zou het aan zijn uiterlijk niet herkennen, maar Daniël is zo’n jongen die afgelopen jaar op straat werd benaderd. Hij spreekt vlot, in net Nederlands en continu met een twinkel in zijn ogen. Zijn indrukwekkende rasta gebonden in een knot, een gezicht als een tekening. Aandoenlijk is hij, niet naïef – dat is waarschijnlijk ook onmogelijk na een jeugd als de zijne – maar oprecht positief.

Drie jaar lang had Daniël geen thuis, en soms zelfs geen dak boven zijn hoofd. Hij hing voornamelijk in de Bijlmer rond, met vrienden – waarvan sommige in eenzelfde situatie – en soms alleen. Een tijdlang woonde hij bij een maat en diens moeder, maar dat was geen oplossing voor zijn problemen. Een hectische en negatieve tijd – zo omschrijft hij het zelf. Hij denkt er liever niet meer aan. Hij voelde veel pijn, was jaloers op jonge mensen in de stad die het makkelijker hebben. “In de tijd dat ik dakloos was raakte het me wel ja, ik dacht, waarom hebben zij het wel en ik niet.”

Daniël’s stiefvader woonde in de Bijlmer en zag destijds dat Daniël hulp nodig had. De stiefvader stuurde een begeleider van Streetcornerwork op de inmiddels 20-jarige jongeman af. “Die begeleider begreep me gewoon helemaal. Hij wist wat ik nodig had en waar ik moest beginnen.” Daniel werd aangemeld bij HVO-Querido, en toen begon het wachten. Hoewel er volgens directeur Paul Asberg weinig wachttijd is voor aangemelde jongeren in nood, is de ervaring van Daniël zelf iets anders. “Bij elkaar was het minstens 6 maanden, en dat duurt zo lang als je geen huis hebt en klaar bent voor verandering. Soms denk ik nog weleens: is er inderdaad wel genoeg hulp? Kijken mensen überhaupt wel naar jonge mensen die naar hulp zoeken?”

Paul Asberg vertelt dat er – in tegenstelling tot wat er recentelijk door media beweerd wordt – nog steeds voldoende capaciteit is om hulpbehoevende jongeren in de stad op te vangen. En ook van een grote toename in jongeren die gemeld worden is weinig sprake. “Als we puur kijken naar de cijfers dan valt dat wel mee, die toename. Maar, en dat is een belangrijk verschil, het gaat bij ons om aanmelding van jongeren met veel meer problemen dan enkel het dakloos zijn. En die groep mensen is al jaren stabiel in hoeveelheid.”

Daniël’s leven ziet er vandaag de dag uit een stuk beter uit. Hij woont inmiddels in een begeleid- wonen voorziening in de Baarsjes, met een huisgenoot die ook begeleid wordt door HVO. Er is ook werk, in ieder geval voor de komende tijd. Zijn begeleider en zijn maatschappelijk werkster ziet hij beiden eens per week. Zij helpen hem met het opbouwen van een stabiel bestaan: koken, werk zoeken, contact met familie, financiën, alles wordt hem aangeleerd. Tevreden is hij nog niet; hij blijft balen van de afgelopen jaren en zijn eigen fouten, maar is nu klaar om dat hoofdstuk voorgoed af te sluiten. “Ik geloof erin dat het gaat lukken, ik hoop gewoon dat ik mijn leven perfect op de rails krijgt. Ik wil een huisje, werk, ik wil van mijn schulden af en een gezin kunnen stichten.” Hij voelt zich sinds jaren weer zelfverzekerd.

Na 1,5 jaar begeleiding zal Daniël op eigen benen verder moeten: aan het einde van het begeleidingstraject bij HVO-Querido wordt de mate van zelfredzaamheid beoordeeld. De schuldenpositie, inkomenspositie, het netwerk, de omgang met tegenslagen; alles wordt getoetst.  “Jarenlang was de zorg primair gericht op wonen, maar daarmee werden de jongeren niet zelfstandig gemaakt en voorbereid op het leven” vertelt Asberg. “Dat is echt een radicale shift in de begeleiding die we bieden: de werkwijze is tegenwoordig dat de cliënt zelf zijn hulpvraag formuleert, daarmee wordt hij de eigenaar van het probleem. En dat is wel echt een revolutie, een omslag in het denken. Dat geeft iemand veel meer verantwoordelijkheid voor de oplossing van diens eigen probleem.

Voelt Daniël die verantwoordelijkheid? “Je kunt niet altijd leven met begeleiding, natuurlijk niet, en dat wil ik ook niet” zegt hij stellig. “Ik wil zo graag laten zien dat het wel kan. Dat ook al word je dakloos, dat er wel hulp is, die is er”. Ik wil dat mensen bij mijn verhaal denken: hij heeft het ook hard gehad maar kijk hem nu. Daarvoor doe ik het”.

 

 

*Wegens privacy is de naam van de geïnterviewde veranderd in Daniël.