Nieuws

Werken en aanpakken

George Adriaan (1971) woont sinds een half jaar in een satellietwoning van De Vaart in afwachting van een eigen woning en is een druk bezet man. Tussen zijn verschillende drukke bezigheden door vond hij even tijd voor een gesprek.

‘Ik kom uit een gebroken gezin,’ vertelt George Adriaan, ‘met een Surinaamse vader en een Hollandse moeder. Mijn moeder is voor de trein gesprongen toen ik tien jaar oud was, zij was toen 32. Ze was verslaafd en zat daardoor in de prostitutie. Met mijn zusje, die elf maanden ouder is dan ik, woonden we bij haar in een piepklein peeskamertje op de Zeedijk. Als er een man naar binnen kwam, moesten wij naar buiten, ook ’s nachts. Dan zwierven wij zo’n beetje rond. We moesten ook stelen van mijn moeder, zoals brood en melk, dat werd toen nog bezorgd en bij de mensen voor de deur gezet. Ik ben een keer overreden door een auto toen ik vier was, daar heb ik nog altijd littekens van. Op een gegeven moment zijn wij van straat geplukt door de Kinderbescherming wegens verwaarlozing. Ik was een jaar of zes en had longontsteking en Pfeiffer. Toen zijn we een tijdje van kindertehuis naar kindertehuis gegaan, mijn zusje en ik. Mijn moeder vond dat heel vervelend, vooral omdat ze zelf in een kindertehuis had gezeten. Zij kwam ook uit een gebroken gezin met een alcoholistische vader en was als zeventienjarig meisje naar Amsterdam gevlucht. Mijn moeder heeft in Vogelenzang gezeten en haar vader in Santpoort. Zulke dingen gaan soms door.
Mijn moeder kwam ons soms halen uit het kindertehuis, vaak in een gestolen auto, maar dan dropte ze ons al snel bij oma of bij vage kennissen en zo kwamen we weer in een ander tehuis. Dat is verslaving hè, je komt je afspraken niet na.

George Adriaan, foto Jildiz Kaptein

George Adriaan, foto Jildiz Kaptein

Ver van instellingen

Op mijn negende ben ik in een Nederlands pleeggezin terechtgekomen in Amstelveen. Toen had ik voor het eerst rust in mijn leven. Ik ben nog steeds blij dat ik daar terecht ben gekomen. Ik spreek ze nog wel eens, ik heb ze op Facebook en WhatsApp.
Met mijn zus, mijn echte zus, heb ik ook nog steeds een goed contact. Mijn vader hield er vier buitenvrouwen op na, waardoor ik nog eens twaalf halfbroers en -zussen heb. Met sommigen van hen heb ik ook contact.
Ik denk wel eens, als ik toen in Amstelveen was gebleven, had mij leven er heel anders uitgezien. Dan was ik misschien wel nooit in de opvang terechtgekomen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit bij HVO-Querido terecht zou komen, ik heb mijn hele leven geprobeerd om zo ver mogelijk van instellingen te blijven, ook vanwege mijn moeder en haar vader. Die kant wilde ik niet op.

George Adriaan aan de piano, foto inamsterdamoost.metmik.nl.

George Adriaan aan de piano, foto inamsterdamoost.metmik.nl.

Weinig grenzen

Na de dood van mijn moeder ben ik op een gegeven moment weer bij mijn vader gaan wonen, op de Serooskerkenweg bij het Stadionplein. Dat was dom, achteraf. Ik kwam ineens in de Surinaamse cultuur terecht, terwijl ik Nederlands was opgevoed. Bovendien merkte ik toen pas dat ie heel veel kinderen bleek te hebben. Moest ik als veertien-, vijftienjarige ineens voor broertjes en zusjes zorgen, afwassen en koken. Dat heeft precies een jaar geduurd. Ik zat ook nog op de Berkhoff, een koksschool. Toen ging ik bij de beste vriendin van mijn moeder wonen, een ex-verslaafde. Een aardige vrouw hoor, maar daar kreeg ik feitelijk teveel vrijheid. Ik kon doen en laten wat ik wilde en daardoor kregen buren overlast van mij. Ik had in die tijd erg weinig grenzen.

Vrij mens

In het J.O.C. [Jongeren Opvang Centrum], een soort jeugdgevangenis, bleek uit onderzoek dat ik heropgevoed moest worden. Daarom ging ik civielrechtelijk naar Den Engh in Den Dolder, een soort tuchthuis. Dan zit je toch ineens in een soort cel. Daar ben ik na vijf maanden weggelopen omdat ik zeer teleurgesteld was in mijn omgeving. Via het J.A.C. [Jongeren Advies Centrum] heb ik mijn recht gezocht en kwam bij het Poortgebouw aan de Weesperzijde terecht, dat was toen van HVO. Via het Poortgebouw ben ik op kamers gegaan. En zo ben ik sinds mijn zestiende een vrij mens.

George Adriaan met Olivia Glebbeek

George Adriaan met Olivia Glebbeek

Rituele dans

In het begin gebruikte ik geen drugs, alleen hasj. Ik raakte wel in de prostitutie verzeild om aan geld te komen, maar dat was meer om mooie schoenen te kunnen kopen en dat soort dingen. Waarschijnlijk ging dat door mijn achtergrond makkelijker. Uiteindelijk raakte ik wel aan de heroïne om dat weer te verwerken. Of andersom, dat weet je niet. Het is een soort rituele dans, dat is ook de titel van een film die kunstenares Olivia Glebbeek vorig jaar over mij heeft gemaakt (kijk hier voor deze film).
Met haar heb ik ook een project gedaan over het straf- en zorgsysteem in een voormalige gevangenis. Daar heb ik voorlichting gegeven aan mensen van maatschappelijke organisaties zoals de Reclassering, samen met Je Eigen Stek en Eropaf.

De trek weerstaan

Op mijn 22e ben ik voor het eerst met de politie in aanraking gekomen. Toen is mijn inbraakcarrière begonnen, dat heb ik zo’n vijftien jaar gedaan. Inbreken is ontzettend makkelijk, met een flipper, een gesneden plastic fles, ben je meestal zo binnen. Je breekt niks, je laat geen sporen na en de pakkans is vrij klein.
Maar toch, in 2005 kreeg ik een ISD [inrichting voor stelselmatige daders], een maatregel voor veelplegers. Een paar jaar later krijg ik een huis en dat ben ik in 2012 weer kwijtgeraakt. Die woning verliezen is het beste dat mij is verkomen. Dat klinkt gek, maar het was voor mij de enige manier om me te distantiëren van vrienden en kennissen uit de drugsscene. Ik had een zwak voor die mensen en wij hielden elkaar wederzijds in de greep. Als ik dat huis niet had verlaten, stond ik niet waar ik nu sta. Ik ben toen naar een kliniek gegaan, heb dagbehandeling gedaan en begon de dingen weer een beetje positief te zien. Ik kon de trek weerstaan. Drie jaar ben ik nu van de heroïne af. Er kwam weer wat licht in mijn leven. Het is langzaam gegaan, maar het is een hele verbetering. Ik ben in een traject gestapt om iets aan mijn schulden te doen. Ik ben nu al ruim twee jaar niet aangehouden, dat is wel eens anders geweest.

George Adriaan, foto Jildiz Kaptein

George Adriaan, foto Jildiz Kaptein

De Hallen

In december 2015 ben ik bij De Vaart komen wonen, nou ja, ernaast dan. Ik zie dat als een klein stapje terug om straks opnieuw de grote stap naar zelfstandigheid te kunnen zetten. Ik houd van werken en aanpakken. Ik werk nu veel bij De Hallen in West, eerst als een soort conciërge, later ben ik daar ook een groep van Roads gaan aansturen en nu werk ik er ook als beveiliger, pleincoach heet dat. Verder werk ik bij de Local Goods Market in De Hallen, opbouwen en afbreken, en dat doe ik ook bij andere evenementen die daar worden georganiseerd zoals boekenmarkten. Ik heb een diploma gehaald als ervaringsdeskundige en werk nu ook bij Team ED, waar ik een herstelgroep aan het opbouwen ben. ED staat voor ervaringsdeskundig. Ik probeer mensen te motiveren om in beweging te komen, zodat ze andere mensen leren kennen, andere ideeën opdoen. Ex-verslaafden zitten vaak vast aan hun oude vrienden of worden heel eenzaam. Ik weet er alles van.

George Adriaan bij Kinderen voor Kinderen

George Adriaan bij Kinderen voor Kinderen

Muziek

Er zijn zoveel verschillende dingen waar ik me momenteel mee bezighoud, dat ik bijna geen tijd overhoud voor mijn muziekcarrière. Ik zing namelijk liedjes. Liedjes die ik ook zelf schrijf. Nederlandstalig. Daarbij speel ik piano. Ik heb bij Kinderen voor Kinderen gezeten. Kijk maar op Youtube, ik zong onder andere ‘Bruin,’ een liedje over discriminatie.’

In de uitzending uit 1984 bij de lancering van het vijfde album van Kinderen voor Kinderen wordt het nummer ‘Bruin’ ingeleid door een aandoenlijk, oprecht verontwaardigd meisje in gesprek met Willem Ruis. Zij is vanwege haar huidskleur meermalen zeer onheus bejegend, iets dat volgens haar erger is dan slaan, en zij heeft er daarom voor gepleit dat de Kinderen voor Kinderen een liedje over discriminatie zouden opnemen. Dan verschijnt het koor te tonele, met in hun midden George Adriaan, die, over een vrolijk huppelend basloopje, zingt ‘Blanke mensen worden lichtbruin in de zon’ en het koor antwoordt venijnig ‘Hij is te bruin, hij is te bruin dat jong.’

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *