Nieuws

Van zwerver tot vrachtwagenchauffeur

Na een paar jaar op straat woont Dennis Eddy Aserie (1970) alweer twee jaar in het Woonhotel Ruysdael van HVO-Querido. Hij is niet verslaafd, hij heeft geen schulden, hij heeft al twee jaar een baan, maar hij heeft nog altijd geen woning.

Dennis Aserie is geboren in een gezin van negen kinderen in Paramaribo. ‘Mijn vader werkte bij Suralco, maar hij was ook jager. Mijn vader was een Bosjesman in de wildernis. Mijn moeder plantte groente en hield kippen, zij had een grondje buiten de stad, zij was een boerin. Groenten en eieren brachten we naar de markt. Daar hielpen we mijn moeder bij. Mijn ouders waren streng, ze zijn allebei helaas overleden. Drie jaar geleden ben ik terug in Suriname geweest om mijn moeder te begraven.
Ik heb vijf broers en drie zusters. Twee zussen wonen in Nederland, in Almere, daar heb ik regelmatig contact mee. De rest van mijn familie woont in Suriname.
In Latour [ressort in Paramaribo, red.] heb ik de mulo gedaan en mijn diploma gehaald.

Dennis Aserie op zijn werk

Reggae

Ik kwam naar Nederland toen ik zeventien was, met een muziekband. Het was eigenlijk voor vakantie, maar ik ben gebleven. Ik heb altijd muziek gespeeld, al heb ik het in mijn dakloze periode wel een tijdje verwaarloosd. Nog steeds maak ik muziek, ik drum, zing en speel percussie in een reggaeband: King Smo. De band bestaat uit drie Nederlandse en drie Surinaamse jongens. We treden soms op, we zijn niet zo bekend, het is meer een hobby. We spelen covers en eigen nummers. Bob Marley is voor mij nog altijd de grootste.

Dakloos

In Nederland kreeg ik een relatie met een vrouw en we gingen samenwonen in Amsterdam West. Later ging het niet meer zo goed met die relatie en gingen we uit elkaar. Het was haar woning dus toen stond ik op straat en was ik dakloos. Dat was in 2006. Ik sliep hier en daar en hier en daar, overal en weet ik waar. In de opvang, maar vooral bij allerlei mensen. “Je mag hier slapen, maar breng geen DWI in mijn huis,” zei iedereen. Ik neem die mensen niks kwalijk, ik wil niemand in de problemen brengen.

Thuisloos

Op een gegeven moment hield ik het niet meer vol en kwam bij een maatschappelijk werkster, zij was nog in opleiding die vrouw. Ik heb mijn situatie uitgelegd en toen zijn we samen gaan zoeken en zo kwam ik bij het Passantenhotel aan de Boerhaavestraat in Oost. Daar moet je eerst heel vaak elke dag bellen om te laten zien dat het serieus is. Eindelijk was ik aan de beurt. In het begin lag ik met vier mannen op een kamer. Toen kreeg ik eindelijk een beetje rust. Als ze zien “hé, deze man kan zelfstandig wonen,” dan kun je verder en kom je bijvoorbeeld hier terecht.
Eerst was ik echt dakloos, nu heb ik wel onderdak, maar ben ik nog altijd thuisloos. Al meer dan tien jaar heb ik geen eigen thuis. Daar maak ik me wel zorgen om. Hier aan de Ruysdaelkade mag je niet ingeschreven staan, ik heb een postadres bij HVO-Querido aan de Ringdijkstraat.

Werk

Werk en Inkomen vroeg of ik aan een traject wilde meedoen. Zo ben ik bij de reiniging gekomen, bij AEB, het Afval Energie Bedrijf van de gemeente Amsterdam aan de Australiëhavenweg. Afval, recycling, milieu. Werken, werken en nog eens werken. Eerst zes maanden, toen een jaarcontract en nu zit ik in mijn tweede jaarcontract. Via het AEB werk ik nu bij de Afvalservice West, dat zit daarnaast, maar het AEB blijft mijn werkgever. Ik ga op de vuilniswagen de wijk in.

Blijven leren

Mijn theorie voor het vrachtwagenrijbewijs heb ik net gehaald, dat gaat in drie stappen, daar ben ik allemaal voor geslaagd, bij rijschool Trilling. Nu ga ik het in de praktijk leren en dan heb ik mijn groot rijbewijs C. Mijn chef zei: kan ik je vertrouwen? Want het is wel een cursus van vijfduizend euro. Maar ik doe mijn best. Ik doe alles om mijn situatie te verbeteren. Ik wil graag in een betere positie komen. Je moet je hele leven blijven leren, dat doe ik met plezier.
Om mijn werk waren ze trots op mij dat ik alvast mijn theorie heb gehaald, dat geeft mij een goed gevoel. Ook dat ze mij vertrouwen en de kans geven.
Ik wilde als kind al chauffeur worden. Vrachtwagens vond ik mooi om te zien. Chauffeurs zijn schaars, er gaan er nu veel met pensioen, dus dat zit wel goed.

Tussen wal en schip

Toen ik hier kwam, had ik een daklozenuitkering, nu heb ik mijn tweede jaarcontract. Ik ga van zwerver tot vrachtwagenchauffeur. En verder.
In twee jaar heb ik hier genoeg jongens gezien die niks deden, niks lieten zien, alleen maar slapen, drinken en op hun droge bil zitten. Die zijn allemaal vertrokken, ze hebben allemaal een woning gekregen. Terwijl ik elke dag om zeven uur ’s ochtends op mijn werk ben.
Een vaste baan en toch geen woning. Geen schulden, geen verslaving, ik val tussen wal en schip. Al tien jaar sta ik ingeschreven bij Woningnet, ik ken de code uit mijn hoofd. Er is niks voor mij in onze maatschappij. Dan voel ik me wel eens in de steek gelaten. Soms word ik dan boos, maar ik weet dat het niet de oplossing is.’

 

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *