Nieuws

‘2018 wordt mijn jaar’

Rob Hoogstraten uit Haarlem is onvrijwillig dakloos en verblijft nu in de opvang Velserpoort van HVO-Querido. Hieronder legt hij uit waarom hij de toekomst toch met vertrouwen tegemoet ziet.

Rob Hoogstraten (1953) groeit op in een marinefamilie, zowel zijn vader als een oom zijn marineofficier. ‘Ik ben geboren in Hilversum en heb als kind een tijd in Den Helder gewoond. Van mijn derde tot mijn zesde jaar hebben we in Amerika gezeten omdat mijn vader daar iets bij de Nederlandse ambassade moest doen, ik weet nog steeds niet  precies wat. De marine betaalde in die tijd slecht en daarom ging mijn vader, hij was technisch ingenieur, aan de slag bij een dochter van Philips in Tilburg. Dat heeft hij tot zijn dood volgehouden. Al met al heb ik een redelijk normale jeugd gehad, gewoon gemiddeld goed, zou ik zeggen. Wij kamen niks tekort.

Droom

Ik heb Mulo-B gedaan en daarna de middelbare tuinbouwschool, in Breda. Ik was altijd erg bezig met de natuur en natuurbeheer. Eigenlijk wilde ik naar de bosbouwschool in Arnhem, maar dan moest ik al op jonge leeftijd intern en dat vond mijn vader niks. Ik heb later met veel plezier gewerkt bij tuincentra en boomkwekerijen. Het liefst wilde ik tuinarchitect worden, lekker ontwerpen achter de tekentafel. Een andere droom van mij als kleine jongen was om verslaggever te worden, artikelen schrijven. Bijna overal waar ik heb gewerkt zat ik in de redactie van het bedrijfsblad. Bij HVO-Querido aan de Wilhelminastraat hebben ze een krantje en daar ben ik mederedacteur van. Daarin schrijf ik hoe het is om dakloos te worden, wat er dan allemaal op je af komt. Zo pak ik het schrijven weer een beetje op.

Rob Hoogstraten

Vrijwilligerswerk

Begin jaren ’80 ben ik in Haarlem terecht gekomen. Via een advertentie. Bij de gemeente zochten ze een tekenaar om alle groenvoorzieningen in kaart te brengen, echt iets voor mij. Zo heb ik de stad goed leren kennen. Vijfentwintig jaar heb ik toen met plezier in Haarlem gewoond. Ik werkte, ik was onder meer vrijwilliger bij het Rode Kruis en bij de Haarlemse Jazzclub. Nog altijd ben ik een bluesfreak.
Op een gegeven moment werd mijn moeder ziek en toen ben ik naar een dorpje bij Tilburg verhuisd om voor haar te zorgen. Dat heb ik twaalf jaar gedaan. Toen mijn moeder overleed wilde ik weer snel terug. Tilburg heeft me nooit getrokken, de stad niet, de mensen niet, niks. Dus terug naar Haarlem.

Onvrijwillig

Het was niet makkelijk om in Haarlem weer woonruimte te vinden. Hotelletjes, Stayokay, appartementjes, onderhuur, via via, nooit echt iets van mezelf.
Zo ben ik uiteindelijk dakloos geraakt en nu meld ik mij dagelijks bij de BCT, de Brede Centrale Toegang van de gemeente, want zo gaat dat in Haarlem. Via dat loket kun je in de “herberg” van HVO-Querido komen, zoals de Velserpoort. Ook al kennen ze je door en door en slaap je al maanden in dezelfde opvang, je moet je elke dag melden.
De gemeente heeft de plicht om te zorgen voor de opvang van thuislozen. Ik ben geen zwerver, ik ben onvrijwillig dakloos, dat is heel anders, ik heb er niet voor gekozen om geen woning te hebben.

Imago

Mensen op straat zijn meestal wel aardig. Er staat niet op mijn voorhoofd geschreven: dakloos. Toch merk ik wel dat er behoorlijk wat vooroordelen zijn over ons. Veel mensen kijken er toch een beetje raar tegenaan. In de beeldvorming is het al snel: “ze willen het zelf” of “het zijn allemaal criminelen” en dat is onzin. Dakloze mensen zijn ook gewoon mensen, niet meer en niet minder. Wij hebben er niet om gevraagd.
En let op, het kan iedereen overkomen, mensen beseffen dat niet.

Vrij

Ik ben lid van de SP, de Socialistische Partij, en op die manier probeer ik dingen voor thuislozen te verbeteren. Ik vind bijvoorbeeld dat de meldplicht moet veranderen. Ik heb er geen moeite mee om een beetje druk op de ketel te zetten om bestuurders en politici bij de les te houden.
Ik ben niet verslaafd, ik heb geen psychische problemen, geen schulden, ik ben puur alleen dakloos. De rest van mijn zaakjes heb ik redelijk op orde.
Ik leef alleen, een bewuste keuze. Zo ben ik vrij en kan ik doen en laten wat ik wil.
Je kunt niet elke dag flierefluitend door de stad wandelen, dat klinkt leuk, maar is veel duurder dan je denkt. Ik kom graag in de bibliotheek, ik schrijf, ik ga naar partijvergaderingen en ik werk elke dag in de schoonmaakploeg van de Velserpoort. Dat doe ik niet voor het geld, hoewel het natuurlijk fijn is om aan het eind van de week een paar sigaren te kunnen kopen.

Fundament

2018 wordt mijn jaar omdat ik verwacht in 2018 een woning te zullen krijgen. Een woning is het fundament om verder te komen, de basis om stappen te zetten en weer wat op te bouwen. Gewon, mijn leven weer op poten krijgen. Een woning is daarvoor echt een must.
Kijk, ik ben 64, ik hoef geen carrière meer te maken, maar ik ga het vrijwilligerswerk weer oppakken en mijn EHBO verlengen. Cursussen volgen. Ik wil iets betekenen voor anderen. Misschien kan ik met ouderen op stap gaan. Ik wordt ouder, mijn ogen worden slechter, dat baart me zorgen, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten.
Ik heb nu al zin om aan de slag te gaan in mijn nieuwe woning. Schoonmaken, schilderen, een goede indeling maken. Weer mijn eigen spullen om me heen, die nu in de opslag staan. In mijn leven ben ik al vaak verhuisd, het voordeel daarvan is dat je elke keer veel opruimt.

Toekomst

Het leven is nooit een rechte lijn. Maar bij alle kronkels probeer ik altijd het positieve te zoeken. Gelukkig ben ik al blij met kleine dingen. Hoe ga ik de rest van mijn leven zo goed mogelijk invullen? Dat is een vraag die ik met plezier kan gaan oplossen als ik een woning heb.’

(Wordt vervolgd)

 

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *