Geschiedenis

Geschiedenis 1960-1970

1960196119621963196419651966196719681969

 

1960

‘Vorig jaar hebben we de kinderen van het Prinses Marijkehuis in Amsterdam een diner aangeboden,’ vertelt Willem Schilder van de Amsterdamse horecabond op 12 januari 1960 aan Stan Huygens van De Telegraaf. ‘Ik moet u eerlijk zeggen, dat is voor mij het hoogtepunt van mijn feest geweest. Na afloop werd de kok op het toneel geroepen. Terwijl hij werd bedankt, sprongen twee van die hummels van hun stoel en omhelsden hem spontaan. Mijn vrouw sprongen de tranen in de ogen.’

HvO, kinderen, 1960

Een groepje kinderen van Hulp voor Onbehuisden in 1960.

De start van de nieuwe afdeling De Vreede van HvO verloopt enigszins moeizaam. Volgens de adviserend psychiater Rutger Horst zijn alle bewoners eigenlijk patiënten. Bestuurslid Korthals Altes notuleert op 11 januari 1960 op het hoofdkantoor van de vereniging:

Van de 14 verpleegden zijn er 7 weer gedetineerd en één is spoorloos verdwenen; deze week komen er weer vijf bij. Met de 6 overgeblevenen gaat het wel, al is er één betrapt toen hij zich met de werkster op een slaapkamer wilde afzonderen. De kok bleek aan een vervolgingswaan te lijden, is er in de nacht van door gegaan, heeft zijn kleren verkocht en een asemmer over zijn hoofd geleegd. De nachtportier bleek achteraf een epilepticus te zijn en is vertrokken. Een verpleegde heeft met een biljartqueue lampen stukgeslagen; overwogen wordt om afreageren op onschuldiger wijze mogelijk te maken door aanschaffing van een boksbal. Enige verpleegden hebben bij de buren ingebroken.

In september is er zelfs sprake van een moord bij De Vreede. Daarna lijkt de voorziening in rustiger vaarwater te komen.

HvO, Folmina, '60

De afdelingen van Hulp voor Onbehuisden hebben elk een eigen wasmerk, zoals hier de F van Folmina, in de jaren ’60.

HvO, Marijkehuis, 1960

Prinses Marijkehuis, 1960.

HvO zoekt nog steeds vervangend onderdak voor het meisjeshuis Folmina. Er zijn plannen voor nieuwbouw voor deze doelgroep aan de Coppelstockstraat in Bos en Lommer. Een architect, Bakker uit Rotterdam, heeft alvast een schetsplan gemaakt.
Dit plan vindt HvO te krap, maar de locatie appelleert aan de optimistische sfeer van licht, lucht en ruimte van het nieuwe bouwen in de westelijke tuinsteden want ‘de plaats is aantrekkelijk, er is veel zon, er komt een grote tuin bij en het is een behoorlijke buurt,’ aldus het bestuur.

HvO, Folmina, 1960

Uitzicht vanuit het nieuwe pand van Folmina in de Jan Luyckenstraat in 1960, foto Hans van den Busken.

In oktober koopt HvO voor ƒ120.000 een pand aan de Jan Luykenstraat 18 als tijdelijk verblijf voor de meisjes van Folmina nadat de gemeente met gerechtelijke ontruiming had gedreigd.
Voor het bestuur lijkt hiermee de kous af, directeur Heldring wil echter graag aan de nieuwbouwplannen vasthouden, vooral ook omdat het nog nooit is gedaan in Nederland, bouwen voor deze groepen meisjes.

HvO pleit al jaren voor de oprichting van een bouwfonds. Dat mag niet van de gemeente Amsterdam die eist dat giften en legaten direct voor de exploitatie moeten worden gebruikt en op de subsidie in mindering komen. In 1960 vervalt deze bepaling eindelijk en een jaar later (8 maart 1961) richt HvO als bouwfonds de afzonderlijke Stichting tot Steun van Hulp voor Onbehuisden op.

De plannen voor een gezinshuis steken weer de kop op. Hoewel er volgens het bestuur ‘in de 40 jaar sedert de heer Jonker bij de heer Kepler van de Woningdienst was’ niets is veranderd, besluit men dat directeur Heldring met enige bestuursleden en afgevaardigden van de gemeente bij een vergelijkbaar project in Londen gaat kijken.

HvO, reclame, 1960

Reclame voor Hulp voor Onbehuisden in 1960.

In het meinummer van Levensstrijd verschijnt onder de titel ‘500 hongerige magen’ een artikel van J.F.R. Bink, directeur van de mannenafdeling aan de Weesperzijde, waarin wordt teruggeblikt naar december 1944, naar het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat om precies te zijn, met een verhaal uit de hongerwinter over een tocht naar Friesland om eten voor de kinderen te halen.
De held van het verhaal werkt in 1960 nog steeds bij HvO, als magazijnmeester bij de opvang voor vrouwen en kinderen aan de Roggeveenstraat.

Met ingang van 1 juni is bij Koninklijk Besluit benoemd tot lid van de Reclasseringsraad te Amsterdam drs. O. W. Heldring, directeur van de Vereniging Huip voor Onbehuisden, zo meldt De Telegraaf.

HvO, Heldring, 1960

Met ingang van 1960 organiseert HvO elke twee, drie jaar een bijeenkomst voor gepensioneerde medewerkers, nog altijd een traditie bij HVO-Querido.
Staand, vooraan, O.W. Heldring.

In het zomernummer staat een paginagrote afbeelding van Jean-Paul Belmondo bij het artikel ‘Jeugdcriminaliteit en de jonge Franse filmers’ dat aldus oordeelt over A bout de Souffle: ‘Daar Godard zich verre heeft gehouden van het opsporen van oorzaken, is de film een natuurgetrouw verslag geworden van de vorm waarin een geval zich in eerste instantie aan een reclasseringsambtenaar zou kunnen voordoen. Dat de gecompliceerdheid van de oorzaken pas bij een verdergaand onderzoek naar voren komt, behoeft hier geen betoog.’

Het HvO-blad toont jarenlang een serieuze belangstelling voor film. Regelmatig zijn er besprekingen van films van Chaplin, Bunnuel, Antonioni, Truffaut, Fellini, Goddard, Bergman, Pasolini, Ford en vele anderen.

Directeur Heldring wijst het bestuur in november op de dissertatie van A.J.M. van Tienen, De Anders-Maatschappelijken, een sociologische studie naar het verschijnsel onmaatschappelijkheid ten dienste van het maatschappelijk werk, waaraan hij ‘gedachten hoopt te ontlenen.’

HvO, Marijkehuis, 1960

Aan tafel bij het Marijkehuis in 1960.

Het kerstfeest voor de kinderen van het Irene- en Marijkehuis wordt in 1960 betaald door een ex-bewoner van HvO. Deze heer woonde rond 1920 bij Hulp voor Onbehuisden en bewaarde goede herinneringen aan de kerstviering aldaar. Nu hij bij een wedstrijd van Radio Luxemburg een aanzienlijke som heeft gewonnen, wil hij iets terug doen. Het Centraal Brouwerijkantoor zorgt voor de praktische uitvoering. Is het geslaagd? Het HvO-blad meldt dat het feest ‘de kinderschaar tot in lengte van dagen zal heugen.’

Prinses Wilhelmina reageert zowel op de paas- als de zomerfolder met een gift van 50 gulden. Het bestuur besluit om voortaan geen melding meer te maken met naam en toenaam van giften, hoe royaal ook. De notulen laten zien dat deze gewoonte echter hardnekkig is, nog regelmatig lezen we wie wat heeft gegeven.

Tijdens de jaarlijkse ledenvergadering in november wordt mr. L.P. van den Blink tot nieuw bestuurslid gekozen.

 

 

1961

HvO, tijdschrift, 1961

In 1961 krijgt het HvO-blad Levensstrijd een nieuw omslag, ontworpen door Ben Bos van Total Design.

Het feestmaal van de Horecaf voor de kinderen van het Prinses Marijkehuis vindt dit jaar voor de 34e keer plaats. Het is volgens Heldring ‘weer buitengewoon aardig.’

De jaarwisseling is altijd een mooie gelegenheid om wat te mediteren over de voorbije tijd en de toekomst, aldus directeur Oncko Heldring, tijdens de bestuursvergadering van 9 januari 1961. Hij beseft dat hij voor een klinische blik eigenlijk meer afstand van HvO zou moeten nemen, maar geeft volmondig toe dat dit hem niet lukt.
Men kent de vereniging doorgaans wel, maar een blikvanger ontbreekt. ‘Ook onze vrachtwagens zijn onopvallend; de Opel ziet men hoogstens door de waardige wijze waarop hij oud is geworden.’

Directeur Heldring, tenslotte zelf een econoom, haalt in dit verband de beroemde econoom Schumpeter aan die het essentiële van ondernemen het scheppen van “neue Kombinationen” acht.

Weesperzijde, 1961, Dirk de Herder

Man aan de Weesperzijde ter hoogte van Hulp voor Onbehuisden, 1961, Foto Dirk de Herder.

“Voor ons,” vervolgt Heldring, “is dat het op nieuwe wijze samenvoegen van kennis, inzichten en ervaring in personeel, gebouwen en inventarissen. Iedere gedachte dat dit, namelijk wat we nu hebben, het nu is en blijft is onjuist. In dit licht gezien valt ons werk uiteen in een deel waarvan we kunnen zeggen: hiermee kunnen we voorlopig vooruit en een deel waarvan we moeten zeggen: dit station behoorden we voorbij te zijn; hier moet iets gebeuren.”

Heldring waarschuwt het bestuur dat het wat hem betreft nooit meer rustig zal zijn bij Hulp voor Onbehuisden. Want “alleen door voortdurende prikkeling tot activiteit en studie blijft men wakker voor het heden en voor de toekomst.” Ook als doelen zijn gehaald is er volgens Heldring geen reden om op de lauweren te rusten “want dan wordt het onze taak om voorop te lopen.”

Het is ook in de jaren zestig een voortdurende uitdaging om voldoende goed personeel te krijgen. Dat weerhoudt Hulp voor Onbehuisden er overigens niet van om een directeur van een afdeling, die blijkt samen te wonen met een 21-jarige verzorgster van diezelfde afdeling, op staande voet te ontslaan.

HvO, Marijkehuis, 1961

Kinderen van het Marijkehuis tijdens de avondvierdaagse, 25 juni 1961.

In het zomernummer van het HvO-blad bespreekt directeur Heldring het rapport ‘Sociale integratie probleemgezinnen’. Dit rapport is het eindverslag van de Adviescommissie Bestrijding Onmaatschappelijkheid, die in 1956 door de minister van Maatschappelijk Werk is ingesteld. Het rapport stelt dat er in Nederland 125.000 zwak problematische gezinnen zijn, 100.000 probleemgezinnen en 10.000 ernstige probleemgezinnen. Dat is respectievelijk 5, 4 en 0,5% van het totale aantal gezinnen in ons land.

HVO, Folmina, 1961

Folmina, Jan Luyckenstraat 18, vanuit het Rijksmuseum, 1961, foto Studio Hartland.

Het is volgens Adrianne Dercksen en Loes Verplanke in hun proefschrift uit 1987 Geschiedenis van de onmaatschappelijkheidsbestrijding in Nederland 1914-1970 de eerste keer dat er een publicatie verschijnt met een uitgebreid overzicht van de van activiteiten op het gebied van de onmaatschappelijkheidsbestrijding en een serie aanbevelingen ten aanzien van het uitvoerende werk, de organisatie en de opleidingen. Dit maakt het rapport ‘Sociale Integratie Probleemgezinnen’ tot een veelgelezen, belangrijk boekwerk.
Heldring is verheugd met aandacht voor de materie en vindt het een goede zaak dat de term “onmaatschappelijkheidsbestrijding” wordt vervangen door sociale integratie.
Hij betreurt echter het feit dat in dit rapport aan vroegere ervaringen weinig aandacht wordt besteed. Zo wordt volgens Heldring het Zeeburgerdorp van Prof. Querido geheel ten onrechte afgedaan.

Het driemaandelijks orgaan van de vereniging Levensstrijd krijgt in 1961 een nieuw omslag. Men vermeld nu achterop de vacatures.

HvO, reclame, 1961

Reclame van Hulp voor Onbehuisden, 1961.

De vrouwenafdeling bestaat nog steeds uit twee delen: een nachtasiel en een internaat. De verschillen hiertussen zijn echter vrijwel nihil, men besluit ze dan ook samen te voegen.

Op 30 november gaan de Tien rode rozen (een rubriek in Het Parool) naar zuster T. Kaper, hoofdleidster van de jongensafdeling van het Marijkehuis. Zuster Kaper werkt al 32 jaar bij Hulp voor Onbehuisden. Zij deelt dit jaar ook in de lintjesregen met de eremedaille Oranje Nassau in goud.

De algemene gemeentesubsidie bedraagt in 1961 ƒ785.000.
HvO heeft in dit jaar 180 personeelsleden.

 

1962

Straatjeugd, 1962, foto Oscar van Alphen.

Straatjeugd, 1962, foto Oscar van Alphen.


Tot aan de Hoge Raad procedeert het bestuurslid mevrouw mr. H.A. van de Valk tegen de betaling van grondbelasting voor het pand Folmina aan de Jan Luykenstraat. Hoewel de procedure reeds voor de rechtbank en het hof zijn verloren, blijft Van de Valk overtuigd van haar gelijk aangezien HvO “een instelling van weldadigheid is.”

Heldring heeft een nieuwe vorm van sponsoring gevonden. Met chemieconcern Philips-Duphar bestaan plannen voor de “adoptie” van het Marijkehuis.

HvO, fondsenwerving, 1962

Reclame voor Hulp voor Onbehuisden , 1962.

De opbrengst van het Horeca nachtfeest van 15 maart, ‘het duurste feest van het jaar,’ volgens De Telegraaf, gaan in 1962 naar het Prinses Marijkehuis van Hulp voor Onbehuisden.

De aan HvO verbonden psychiater Rutger Horst promoveert op 10 mei 1962 op onderzoek naar de kenmerken van een doelgroep onder de titel Thuislozen. Met thuislozen bedoelt Horst eerder een bepaald type mens, dan personen die daadwerkelijk dakloos zijn. Volgens de psychiater zal het aanknopingspunt voor een behandeling er op gericht moeten zijn “de bestaansvoorwaarden van deze mensen te vereenvoudigen, maar niet op de onordelijke en ongeremde manier waarop zij dit zelf trachten te verwezenlijken. Men zal binnen de grenzen van hun mogelijkheden enige orde en regelmaat en enig functioneel verband dienen te scheppen en hen langzamerhand van schadelijke gewoonten moeten afbrengen en andere gewoonten moeten bijbrengen, die voor het bestaan in de maatschappij nu eenmaal noodzakelijk zijn.”

HvO, Marijkehuis, 1962

Kinderen van het Marijkehuis in Madurodam, 1962.

In het HvO-blad bespreekt dr. Cloeck, secretaris van de Sociale Raad van Amsterdam, dit proefschrift. Wie of wat is nu precies de thuisloze mens? “Iemand die het ontbreekt aan maatschappelijke status, aan een vaste verblijfplaats, aan persoonlijk bezit en aan contact met familieleden of kennissen. Het is de man – thuislozen behoren veelal tot het mannelijk geslacht – die zich telkens met roekeloze drift in het avontuur stort van zijn doelloze zwerftochten.”

Na ruim 32 jaar wordt in 1962 de pensioenkwestie bij Hulp voor Onbehuisden opgelost.

Ondanks bezwaren van het bestuur ziet Heldring een sollicitant wel zitten: “In de eerste plaats is een tegenwicht voor een dreigend perfectionisme gewenst.” Ten tweede verwacht hij een prettige samenwerking en daaraan heeft hij behoefte, “na enkele minder gemakkelijke jaren.” Een zeldzame ontboezeming in het genre bestuursnotulen.

HvO, Marijkehuis. '60.

Vakantiekamp van het Marijkehuis i de jaren ’60. De groep van zuster Schol.

Heldring woont op 8 december 1962 de bijzetting bij in de Nieuwe Kerk te Delft van Wilhelmina, beschermvrouwe van Hulp voor Onbehuisden van 1913 tot 1948.

Freule A.M. van Lennep treedt toe tot het bestuur van Hulp voor Onbehuisden.

Omslag van het boek Samuel Wasselie, 1962.

Omslag van het boek Samuel Wasselie, 1962.

In het kerstnummer van het HvO-blad verschijnt Stoute Arthur, een herdruk van een strip van Het Parool uit de jaren vijftig van Wim Bijmoer en Annie M.G. Schmidt.
‘De kindertjes zijn allemaal braaf, maar kleine Arthur niet. Hij tart en treitert, plaagt en sart, zoals je hier al ziet.’

De opening van het nieuwe hoofdkantoor van HvO aan de Weesperzijde 116 wordt opgesierd met een expositie van fotograaf Oscar van Alphen.

Shell schenkt het meisjeshuis Folmina voor de winter 4000 liter stookolie.

Een verpleegde van de mannenafdeling, Harry Ikink, schrijft met Samuel Wasselie een autobiografische novelle (De Bezige Bij, literaire reuzenpocket nummer 42) waarin deze HvO-afdeling aan Weesperzijde “nogal hard” wordt weergegeven, aldus het bestuur.
Heldring schaft het boek meteen aan voor de bibliotheek van de vereniging. De novelle wordt welwillend besproken in het HvO-blad.

 

1963

HvO, Marijkehuis, 1963

Kinderen van het Marijke- en Irenehuis van HvO te gast bij de Horecaf in Bellevue, 9 januari 1963.

Op woensdag 9 januari is het jaarlijkse diner van de Horecaf in Bellevue voor het hele Prinses Marijkehuis en een aantal kinderen uit het Prinses Irenehuis aan de Roggeveenstraat. Na het eten zingen verscheidene kinderen liedjes.

In 1963 opnieuw een verhaal van Simon Carmiggelt in het huisorgaan. Dit keer is het Oud zeer uit de bundel Haasje over (1957) dat in 1962 opnieuw verscheen in Kroeglopen. Het is het verhaal van de timmerman Kist die de staking van 1903 nog heeft meegemaakt. “Maar op een dag zei hij tegen me: “Ik woon nou in het tehuis voor onbehuisden.” Hij glimlachte somber. “‘t is weer heel wat anders,” zei hij. “Veel vakmensen vin je er niet. Meer van die jongens die met iets langs de deur gaan. Maar het is er goed. Die meneer die dat leidt, dat is een hele goeie man. Als je er binnenkomt wor-je eerst gewassen. Het hele lichaam. En dekens kun je net zoveel krijgen als je wilt.”

HvO, reclame, 1963

Vóór de Rus en de Amerikaan, waren Henk en Marion al op de maan, reclame voor Hulp voor Onbehuisden in 1963.

HvO neemt deel aan de Commissie Huisvesting Probleemgezinnen, door de gemeente in het leven geroepen. Het rapport van deze commissie noemt Heldring baanbrekend: “nog nooit heeft men bij een sanering kunnen zeggen tot welke categorieën uit een oogpunt van woonbeschaving de te huisvesten gezinnen behoren.”

De Roggeveenstraat in 1963, foto Oscar van Alpen.

De Roggeveenstraat in 1963, foto Oscar van Alpen.

Om het bestuur te bewegen een nieuw project te omarmen prijst Heldring het in een brief van 22 januari 1963 als volgt aan: “Het is werk in de geest van Jonker en in de traditie van ‘H.v.O. neemt het restant voor zijn rekening.’ Het is werk voor onmaatschappelijke gezinnen in een nieuwe vorm en daarmee pionierswerk.”

In Nijmegen promoveert dr. J.A.M. Mullink op een dissertatie getiteld Thuisloze mannen.

HvO, Roggeveenstraat, 1963

Vrouw en kind in de Roggeveenstraat van HvO in 1963, foto Oscar van Alphen.

René Bink schrijft in het meinummer van het HvO-blad een aardig artikel over een bezoek aan de bekende schrijver Godfried Bomans. Bink heeft zojuist uit de pers vernomen dat het Bomans voor de wind gaat en dat hij wel een ton per jaar verdient. De gevierde schrijver lijkt hem dan ook een ideale kandidaat om het werk van HvO te sponsoren. Omdat hij geen connecties heeft in de literaire wereld – behalve een vaste klant van het nachtasiel die nog toneelknecht bij Herman Heijermans is geweest – besluit Bink de schepper van Pa Pinkelman thuis in Bloemendaal op te zoeken. Zelfs de reactie van Bomans klinkt authentiek:

De schrijver opende zelf de deur, streek met zijn slanke vingers door zijn verwarde haren en wierp mij vanachter glinsterende brillenglazen een argwanende blik toe: “Nee, dank u,” zei hij, “ik heb al een kast vol pleisterboekjes en ansichtkaarten verstuur ik niet meer sinds heel Nederland mij regelmatig op de t.v. kan zien.”

Het bestuur is not amused over deze bijdrage in het blad. Een aantal leden acht het not done voor een vereniging als HvO om in het openbaar bekende Nederlanders aan te spreken.

HvO, Marijkehuis, 1963

Kinderen van het Marijkehuis bezoeken Volendam in 19633.

In 1963 verandert prinses Marijke haar naam in Christina. Hoe zit het dan het met de straten, pleinen, scholen en dergelijke die naar prinses Marijke zijn genoemd? vraagt Stan Huygens in De Telegraaf. ‘Drs. O. W. Heldring, hoofddirecteur van stichting Hulp voor Onbehuisden, onder wie het Prinses Marijke Huis in Amsterdam ressorteert, wist het nog niet. De zaak zal eerst in de bestuursvergadering aan de orde gesteld moeten worden. Of hij het een mooie naam vond? „Ik vind Marijke een mooie naam. Maar Christina is ook erg mooi,” voegde hij er haastig aan toe.’ Bestuurslid mevrouw Van der Valk heeft uit betrouwbare bron vernomen dat de prinses geen haast zou willen maken met het veranderen van de naam van het Marijkehuis.

HVO, Weesperzijde, '60

HvO aan de Weesperzijde in de jaren ’60.

Heldring meent dat het met de leiding van dit huis wel goed zit, de afdelingsdirecteur Wijnholds is “een aardige man, die zijn werk met veel enthousiasme vervult, al is hij wat zwaartillend.”

‘Meisje (14) zoek na uitstapje met Duitsers,’ kopt De Telegraaf op 18 juni. ‘De politie in het hele land speurt sinds gisteravond naar de 14-jarige Marga van Swol, die ‘s middags bij drie jonge Duitsers in de auto was geslapt en die sindsdien niet meer is gezien. Men neemt aan, dat het meisje, dat verblijf hield in het Prinses Marijkehuis aan de Stadhouderskade. zal proberen naar Duitsland uit te wijken.’
‘Meisje (14) na uitstapje weer terecht,’ kan De Telegraaf een dag later gelukkig melden.

Na twee jaar van betrekkelijke rust breken twee jongens van huize De Vreede aan de Prins Hendrikkade in bij de buren en gaan er met de buit vandoor. Een der daders meldt zich, “na eerder uit Nice en Locarno te hebben geschreven,” na enige tijd terug bij de heer Haanstra, de directeur van De Vreede.

HvO, Weesperzijde, 1963

Bewoner van HvO aan de Weesperzijde in 1963, foto Oscar van Alphen.

Voor de opvolging van de administrateur, de heer Marks, laat het bestuur van HvO onder geselecteerden grafologisch onderzoek doen. De gemeentegedelegeerde, dr. Ittmann, distantieert zich van deze methode, hij prefereert selectie middels psychologische tests.

De School voor Reserveofficieren van de Geneeskundige Dienst verzorgt in 1963 voor de elfde maal het Sinterklaasfeest voor de kinderen van HvO.

In 1963 komt Ellen Aurik als pupil in het Marijkehuis wonen, waar zij tot 1975 – het Marijkehuis is dan inmiddels Karspel in Duivendrecht geworden – zal blijven. In 2012 haar zij herinneringen op aan deze periode. Lees hier haar verhaal.

In 1963 zijn er gemiddeld 650 verpleegdagen per dag.

 

1964

HvO, tijdschrift, 1964

Tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden in 1964, ontwerp Ben Bos.

Johnny B. staat in mei voor de rechter omdat hij bij Hulp voor Onbehuisden iemand met een aardappelmesje heeft neergestoken, terwijl hij eerder bij HvO juist een goede indruk had gemaakt, aldus De Telegraaf. De Amigoe di Curaçao meldt later de maand dat het vonnis zes maanden gevangenisstraf luidt, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

De verbouwingen in ‘het Internaat voor mannen van de Vereniging Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde, zullen een bedrag van ƒ 185.500 vergen,’ aldus De Telegraaf.

Clochard zijn is een kunst. De Telegraaf spreekt met Jaap M., een Nederlander die als clochard in Parijs verblijft, ‘gewoon omdat ’t lekker is.’ In Nederland is zo’n leven volgens hem niet meer mogelijk.
‘Kijk, aan de Rotte of aan de Amstel hoef je je bedje niet te spreiden. Dat mag niet; als je in Amsterdam onder een auto gaat liggen maffen, of op een bank, en dat is toch ordentelijk, komen er mensen naar je wijzen, en de politie pakt je op en wil alles van je weten en vraagt achterdochtig of je misschien dronken bent en brengt je zo nodig per luxe automobiel heel zorgzaam naar de Haa-Vee-Oo, da’s de Hulp voor Onbehuisden.’

Bloemgracht, onthulling plaquette, 1964, foto Hans van den Busken

HvO 60, onthulling plaquette aan de Bloemgracht 24 in 1964.

Heldring valt graag terug op Jonker, de eerste directeur van HvO en een man vol charisma. Heldring aarzelt bijvoorbeeld niet om te benadrukken dat plannen waarvoor hij zich keer op keer hard maakt, zoals een gezinshuis voor vrouwen en kinderen, al vlak na de Eerste Wereldoorlog door de vereniging zijn opgesteld.

HvO maakt dan ook veel werk van de viering van het 60-jarig bestaan van de vereniging met onder meer een onthulling op 9 oktober van een plaquette door mevrouw Boudewijns-Jonker, een dochter van de oprichter, op de Bloemgracht 24, het eerste huis van Jonker.
Van deze onthulling – die onbedoeld een hilarisch karakter krijgt als het doek niet van de gedenkplaat wil wijken en dames gewapend met paraplu’s te hulp snellen – doen zowel het Algemeen Handelsblad als Het Vrije Volk verslag.

HvO, folder, 1964

Paasfolder van Hulp voor Onbehuisden in 1964.

Naar aanleiding van het jubileum verschijnen er diverse artikelen in de pers, veelal in de vorm van een interview met de directeur.  “Jonker wordt 60 jaar,” kopt het Nieuws van de Dag op 14 augustus.  Op dezelfde dag brengt ook De Waarheid een artikel over het jubileum van HvO. Ook hier figureert de oprichter nog in de kop: “De Stichting van Jonker jubileert”. HvO is dan overigens nog steeds een vereniging, het zal nog tot 1993 duren voordat de organisatie een stichting wordt.
Heldring houdt in beide artikelen opnieuw een vurig pleidooi voor de vorming van gezinshuizen, zodat bij de opvang van gezinnen de vader, moeder en kinderen niet hoeven te worden gescheiden. Dit is reeds een oud ideaal van Jonker.

Het Algemeen Handelsblad bericht op 24 november over het jubileum met een citaat van bestuurslid mevrouw A.J. Asser-Van Nierop in de kop: “Wij proberen mensen geluk te geven.” Haar moeder was ook bestuurslid van Hulp voor Onbehuisden. Zelf herinnert zij zich dat ze vroeger op school grijze mutsen met pompoenen moesten breinen voor de zogenaamde Jonker-kinderen. Mevrouw Asser zegt onder meer: “Niemand hoeft dank je wel tegen ons te zeggen – het is een dure plicht die ons allen aangaat.”

HvO, Bloemgracht, 1964

Hulp voor Onbehuisden zestig jaar, Bloemgracht 24, 9 oktober 1964.

In Het Vrije Volk van 8 augustus stelt Heldring dat er zich een onvermijdelijke verzakelijking van het maatschappelijk werk heeft voorgedaan. Vooral de sociologie heeft een revolutie in het werk teweeggebracht: cliënten worden niet langer emotioneel benaderd, maar alleen dan geholpen wanneer wordt geconstateerd dat betrokkene aansluiting mist.
Hij berijdt een van zijn stokpaardjes, de oprichting van een gezinshuis en vertelt over de trage voortgang en de moeilijkheden met de gemeente in deze. “Het project ligt nog in de kast,” aldus Heldring, “we krijgen er wel morele steun voor, maar geen concrete.”
In hetzelfde artikel uit Heldring kritiek op de attitude van veel hulpverlenende organisaties en durft daarbij de hand in eigen boezem te steken:

We moeten afstappen van onze vooringenomen, moraliserende en normerende houding, die in een groot deel van het Nederlandse inrichtingswezen nog aanwezig is. Wat nodig is, is een zeer grote mate van tolerantie.

HvO, feest, 1964

Feest ter gelegenheid van 60 haar HvO, 1964.

Op het feest ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van HvO in de Heineken Brouwerijen wordt niet alleen een gerestaureerde kopie van Zelfkant, een propagandafilm van Hulp voor Onbehuisden uit 1931 vertoond, maar ook The Kid van Charlie Chaplin. Men besluit prof. Diepenhorst uit te nodigen om een feestrede te houden bij het 60-jarig bestaan “omdat alle televisiekijkers hem kennen.” Diepenhorst was behalve een begenadigd retoricus tweemaal minister van onderwijs en tweemaal rector magnificus van de Vrije Universiteit.
Burgemeester Gijs van Hall en wethouder sociale zaken Jan Tabak schrijven lofredes op de jubilaris en benadrukken het belang van Hulp voor Onbehuisden voor Amsterdam.

Zowel de VARA als de AVRO maken voor de televisie naar aanleiding van het jubileum een documentaire over thuislozenzorg en filmen daarvoor bij Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde. Nico Scheepmaker schrijft op 11 juni in de Leeuwarder Courant:

‘In “Achter het nieuws” trof vooral een reportage over de thuisloze zwervers die ons land nog telt, en die zoveel mogelijk door Hulp voor onbehuisden worden opgevangen. Koos Postema had een aantal voortreffelijke interviewtjes gemaakt, waarbij hij met zijn vragen „doorstootte” zonder de mensen het idee te geven dat hij een „tegenstander” was. Een van de zwervers verklaarde, niet alleen in een God maar ook nog in een godin te geloven, een ander zei intense spijt te hebben dat zijn leven zo gelopen was.’

De journalist van Het Vrije Volk bekijkt de tweede film aan de Weesperzijde.

‘Bij Hulp voor Onbehuisden in Amsterdam hebben wij gisteravond televisie gekeken. De AVRO gaf een documentaire van Cas Brugman over thuislozen, onbehuisden, of, zoals zij vroeger werden genoemd, zwervers. Mensen zonder bindingen. Er waren er verscheidene voor de camera gehaald, zij vertelden van hun leven. Eén ding hebben zij gemeen: zij kunnen niet anders. In hun credo’s kwamen een paar zinnen steeds weerom: ‘Ik heb met niemand iets te maken,’ ‘Ik liep weg,’ ‘Ik zal weer proberen in de maatschappij te komen.’
De mannen in het nachtasiel van Hulp voor Onbehuisden hebben het ademloos aangehoord. Zij moeten zichzelf op het scherm hebben herkend – je kon een speld horen vallen. Alleen toen de regisseur het te mooi wilde maken, toen steeg er hier en daar een grommend gelach op: ha, ha, ha. Bij voorbeeld toen een zwerver in zo’n tehuis ‘Nader mijn God tot u’ zong, terwijl hij druk aan het stofzuigen was. En dan het koor van bejaarde thuislozen, dat tot slot christelijke liederen weggaf – het was te veel van het goede, zelfs voor de lieden van Hulp voor Onbehuisden.’

In 1964 ontvangt bestuurssecretaris R. Korthals Altes (links) uit handen van wethouder Tabak een koninklijke onderscheiding.

In 1964 ontvangt bestuurssecretaris R. Korthals Altes (links) uit handen van wethouder Tabak een koninklijke onderscheiding.

De vaste commissie voor maatschappelijk werk van de Tweede Kamer der Staten- Generaal brengt op 4 oktober in gezelschap van enkele hoofdambtenaren van het ministerie van Maatschappelijk Werk een werkbezoek aan Hulp voor Onbehuisden, meldt Het Vrije Volk.

De heer W.H. Marks verlaat na 17 jaar als administrateur te hebben opgetreden de vereniging. De heer J.H.F. Brinkhof volg hem op.
Bestuurslid L.P. van den Blink wordt vice-voorzitter van het Algemeen Verbond voor Kinderbescherming.
Tijdens de jubileumviering ontvangt secretaris R. Korthals Altes een koninklijke onderscheiding.

HvO, Folmina, 1964

Jonge reünisten van Folmina op het jubileum van mejuffrouw Dorrestijn in 1964.

Mejuffrouw D. Dorresteijn viert haar zilveren ambtsjubileum bij meisjeshuis Folmina. Ter gelegenheid daarvan komt een groot aantal vroegere bewoonsters en medewerkers op bezoek.

Mejuffrouw E. Vuyst, directrice van de vrouwenafdeling aan de Roggeveenstraat, is in 1964 maar liefst 35 haar in dienst bij Hulp voor Onbehuisden. Zij is nog in het Oud-Buitengasthuis begonnen en haalt in het HvO-blad herinneringen op, onder meer aan de oorlog: “In die tijd kregen we ook de eerste ongehuwde moeder, die een kind van een Duitser verwachtte. In bepaalde kringen had met toen tegen dit soort ongehuwde moederschap geen enkel bezwaar!” Zuster Vuyst neemt een jaar later afscheid van HvO in de Roggeveenstraat, waar zij als directrice wordt opgevolgd door mejuffrouw C.M. Dekker.

Omslag van de roman Sla dood die zwerver van René Bink, 1964.

Omslag van de roman Sla dood die zwerver van René Bink, 1964.

Naar aanleiding van het verslag van de Mannenafdeling maakt het bestuur een algemene opmerking over een doelgroep: “Jongeren komen nog wel eens goed terecht, wie op zijn 40ste thuisloos is, blijft het wel.”

Heldring gaat naar Den Haag om met Justitie en de Rijksgebouwendienst te spreken over de slepende plannen voor nieuwbouw voor het meisjestehuis Folmina.

René Bink, directeur van de mannenafdeling van HvO aan de Weesperzijde, publiceert bij uitgeverij Strengholt in Amsterdam de roman Sla dood die zwerver onder een motto van Blaise Cendrars: Le seul fait d’exister est un véritable bonheur.

In 1964 verschijnt ook Ik, Jan Cremer, de inmiddels beroemde schelmenroman van de gelijknamige auteur annex schilder. De hoofdpersoon uit dit boek reist de hele wereld over. Tegen het eind van het verhaal (hoofdstuk 137) belandt de held berooid in Barcelona op het Nederlandse consulaat om geld voor een overtocht naar Ibiza te lenen. Daar treft hij een ambtenaar “met kapsones” die waarschijnlijk Amsterdammer is, hem de huid vol scheldt en daarbij HvO gebruikt als soortnaam voor opvang:

Op harde toon, zodat iedereen het kon verstaan en opkeek, zei de rooie hond tegen ons: “Wat denkt u eigenlijk wel? Dat we hier hulp voor onbehuisden zijn, of sociale zaken? Er is geen sprake van dat u geld krijgt of met de consul komt te spreken.”

HvO, Marijkehuis, 1964

Kinderen van het Marijkehuis gaan naar buiten, Stadhouderskade 1964.

In november 1964 is er nogal wat aandacht in de pers voor het proces Magda Z. Het gaat in deze affaire om een ongehuwde, minderjarige moeder die tot driemaal toe haar kind van anderhalf jaar oud “onttrekt aan het wettig gezag,” de vereniging HvO in haar hoedanigheid als voogdijinstelling.
Het Parool pakt fors uit met een kop over vier kolommen: “Met welk menselijk recht laat Hulp voor Onbehuisden kind tegen wil moeder in pleeggezin plaatsen?” Ook Het Vrije Volk raakt een gevoelige snaar met de kop “Voor bezit kind cel in. Moederliefde met vrijheid beloond.” De officier van Justitie, mr. A. W. Abspoel, heeft in De Telegraaf kritiek op de gang van zaken: „In dit geval zou Hulp voor Onbehuisden er toe meewerken dat moeder en kind van elkaar vervreemden.”

HvO, folder, 1964

Zomerfolder van HvO, 1964

Hulp voor Onbehuisden laat de kritiek niet over zijn kant gaan – met name het verwijt van de politierechter dat kinderbescherming “een vak dreigt te worden” zit de vereniging hoog – en directeur Heldring reageert een dag later in Het Vrije Volk en Het Parool, waarin hij onder meer zegt: “De politierechter zou ik kunnen antwoorden, dat het altijd moeilijk is het vak van een ander te begrijpen en daarom zijn oppervlakkige uitlatingen over zo’n vak in een rechtszaal niet op hun plaats.”
Daarmee is het nog niet gedaan. De raadsman van de moeder doet twee dagen later zijn beklag over de “ambtelijke voogdij” in Het Parool en vindt in Het Vrije Volk dat de wet op dit punt zou moeten worden veranderd. De advocaat stelt ondanks het conflict “dat HVO al jarenlang heel goed werk doet. Ook in dit geval doet men zijn best.” In dit artikel krijgt het kind waar alles om draait eindelijk een naam – Jan – en komen ook de tijdelijke pleegouders aan het woord.
Weer een dag later mengt ook de Nieuwe Rotterdamse Courant zich in de zaak. De krant stelt dat het handelen van HVO de welwillendheid en waardering van het publiek ten opzichte van het maatschappelijk werk schaadt.

HvO, Heldring, 1964

O,W. Heldring, directeur van HvO, in 1964, foto Arjé Plas.

In Het Parool verschijnt hierover een ingezonden brief van P.A. Drillich, docent aan de Sociale Academie in Amsterdam, die geen oordeel velt over het geschil zelf, maar zich buitengewoon stoort aan het verwijt van de rechter en de advocaat dat de kinderbescherming een vak aan het worden is. “De vakwording van het kinderbeschermingswerk is nl. het enig alternatief voor een werk bij de gratie van het toeval, zonder dat men daarbij door schade en schande wijs wordt. Vakkennis en vakbekwaamheid vormen de enige garantie voor een verantwoord optreden, zowel van de maatschappelijk werker, als van andere ‘kinderbeschermers,’ zoals pedagogen, medici en … juristen.”
Weer twee dagen later komt de moeder aan het woord in Het Parool. Zij zegt zich te zullen blijven verzetten tegen de opname van haar zoontje in een pleeggezin en beklaagt zich over de maatschappelijk werker van Hulp voor Onbehuisden. “Die juffrouw Smit bedoelt het misschien wel goed, maar ze snapt er helemaal niets van.”
Het Tijdschrift voor maatschappelijk werk reconstrueert de affaire on het decembernummer van 1964 en plaatst enige kritische kanttekeningen. Het blad is vooral niet te spreken over het feit dat tijdens de rechtszitting de maatschappelijk werker – die in dit geval optreedt als getuige – in de beklaagdenbank lijkt te staan, terwijl rechter, raadsman en officier van justitie in vereniging een requisitoir tegen haar houden.
Uiteraard gaat Hulp voor Onbehuisden ook zelf in het eigen tijdschrift Levensstrijd van december 1964 op de kwestie in. Heldring formuleert maar liefst vijf bezwaren:

  1. Inhoudelijke kritiek op instellingen met geheimhoudingsplicht is ongepast;
  2. Men kan beter zwijgen over zaken waar men geen verstand van heeft;
  3. Argumenteren louter op basis van vooronderstellingen is onverstandig;
  4. Vasthouden aan opinies die door feiten zijn weerlegd is dubieus;
  5. Verontrusten van de publieke opinie is niet professioneel.

In januari 1965 gaat ten slotte Vrij Nederland nog eens de achtergronden na van “het geval M-Z” en komt tot de conclusie dat de belangen van moeder en kind niet altijd parallel lopen.

Op 23 november is de jaarvergadering van HvO.

Op 29 december overlijdt de heer Hendrik Koedijk, van 1945 tot 1955 kok van het Marijkehuis, en sinds die tijd een graag geziene gast in dit huis. Hij laat het Marijkehuis ƒ 500 na bestemd voor de  vakantie van de kinderen.

1965

HvO, jaarverslagen, 1964-1966

Jaarverslagen van Hulp voor Onbehuisde-, ontworpen door Ben Bos van Total Design.

Omdat het aantal Antillianen en Surinamers dat in Amsterdam gaat wonen toeneemt, zendt Radio Nederland Wereldomroep in het programma ‘Van heinde en verre’ een vraaggesprek uit met de directeur van de Vereniging Hulp voor Onbehuisden. ‘De groep Nederlanders uit de West, die bij de vereniging aanklopt wordt steeds groter,’aldus de Amigoe.

Interieur van Folmina, het meisjestehuis van HvO, in de jaren '60.

Interieur van Folmina, het meisjestehuis van HvO, in de jaren ’60.

Heldring uit zijn ongenoegen over de zeer trage vorderingen rond plannen van HvO (het tehuis voor gezinnen, de renovatie en uitbreiding van de Roggeveenstraat) onder meer in de pers. In januari 1965 zegt hij in de Volkskrant dat men mensen heeft moeten wegsturen wegens plaatsgebrek. ‘Jong gezin met baby van half jaar kampeert op straat,’ kopt De Waarheid op 5 januari. Ze zijn ten einde raad naar Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils geweest, maar daar kon men het gezin niet helpen. In april 1965 stelt de directeur van HvO in Vrij Nederland dat Amsterdam wat betreft de opvang van gezinnen achterop loopt. In oktober wijst hij in een ingezonden brief in het Algemeen Handelsblad nogmaals op de noodzaak van een goede gezinsopvang in de stad “te meer daar door de omvangrijke stadssaneringsplannen het woningtekort pas over vele jaren zal zijn opgeheven.”

De gemeente geeft HvO een kunstwerk voor het hoofdkantoor. De kunstenaar Hooft komt het bestuur een ontwerp voor een ijzerplastiek getitteld “De aan de ruimte uitgeleverde mens” laten zien dat vrij in de hal kan zweven. “De kunstenaar heeft in het bijzonder gedacht aan de dolende mens zoals ook de thuisloze is.”

Uit het jaarverslag van de Weesperzijde blijkt dan de meeste werkenden in de regeling voor Gemeentelijke Sociale Werkvoorziening (GSW) zitten. Er gaan stemmen op om een vervolg op het verblijf in het internaat in te richten, een soort “volkshotel” met sociale begeleiding.

Mejuffrouw Ondersma, maatschappelijk werker van de Weesperzijde, gaat met zes bewoners naar de Mattheus Passion.

HvO, Marijkehuis, 1965

Kinderen van het Prinses Marijkehuis lopen de avondvierdaagse in 1965.

Tijdens de bestuursvergadering van 5 april 1965 deelt Heldring een voorstel voor een nieuw vignet van de vereniging uit, ontworpen door Ben Bos van Total Design. Het bestuur reageert uiterst lauw, ment ziet er geen letter H in, men mist de toevoeging Hulp voor Onbehuisden. Een maand later komt men op de kwestie terug. Van het bestuur is alleen Van Peski enigszins enthousiast. En Heldring natuurlijk: “De directeur blijft van mening dat het vignet zeer geslaagd is: het is simpel en duidelijk en een zekere “hardheid” kan geen kwaad. De ontwerper maakt deel uit van een zeer progressieve firma op het gebied van reclameontwerpen, boekomslagen enz.”

Reclame voor HvO in de jaren '60.

Reclame voor HvO in de jaren ’60.

Mr. A.J.M. Hendrix, bestuurslid sinds 1928, overlijdt.
Piet Brulleman behaalt het diploma B-Kinderbescherming en wordt hoofdleider van het Marijkehuis. Hij zal later directeur worden van de vrouwen- en gezinsopvang van HvO aan de Roggeveenstraat.

Heldring vindt dat “bepaalde situaties bij HvO alleen te verklaren zijn door de nauwe band met en afhankelijkheid van de gemeente. Het eindresultaat van 40 jaar samenwerking is een in alle opzichten verouderd apparaat. Het zou niet juist zijn alleen juichtonen te laten horen. Dikwijls hebben wij wel zeer lang op vervulling van onze verlangens moeten wachten.”

Er verschijnt een intern rapport inzake de organisatie van de leiding van de vereniging. Men besluit een adjunct-directeur te werven. In januari 1966 verschijn hiervoor een personeelsadvertentie.

Houston Aviation

Kinderen van HvO maken een rondvlucht in 1965.

Harry E. Bradley, de schatrijke directeur van het Amerikaanse Houston Aviation Products uit Texas, vliegt op 24 oktober met 80 bewoners van het Prinses Marijkehuis en nog 220 Amsterdamse kinderen voor de aardigheid twee rondjes van 40 minuten boven ons land met een DC-8 van de KLM, de Nikolaus August Otto. ‘Amsterdamse lieverdjes de lucht in,’ schrijft De Telegraaf. ‘Dit zijn de mooiste vluchten van mijn leven,’ verklaart gezagvoerder G. Korteling. ‘Vliegreis voor 3000 kinderen uit A’dam,’ aldus De Tijd. Ook de Amigoe maakt hier melding van en plaatst een foto.

In een artikel onder de titel ‘Het weeshuis bestaat niet meer’ in De Telegraaf van 30 oktober zegt Heldring: ‘De belangrijke beslissingen ten aanzien van het kind werden vroeger genomen door de bestuursleden, die deze functie niet beroepshalve uitoefenden. Er is een professionalisering opgetreden in de organisatie, waardoor die beslissingen nu genomen worden door ter zake kundige functionarissen. Het beleid ten aanzien van de hoofdlijnen ligt natuurlijk nog in handen van het bestuur. Ook de sociale emancipatie heeft haar uitwerking op de kindertehuizen niet gemist,’ zegt hij. ‘Zo was het vroeger normaal, dat de meisjes zelf een tehuis schoonhielden; tegenwoordig is daarvoor personeel aanwezig. De tehuizen zijn geëvolueerd met de maatschappij. Opvattingen, die vroeger als onaantastbaar golden, hebben zichzelf overleefd.’

‘Vergeleken met vroeger is er een grote vooruitgang te bespeuren,’ stelt drs. O.W. Heldring, ‘maar toch zou er nog meer,gedaan kunnen worden, bijvoorbeeld t.a.v. de gebouwen.’

Reclame voor HvO, jaren '60.

Reclame voor HvO, jaren ’60.

De woningnood is in 1965 nog steeds groot in ons land. In oktober ontstaat er in Amsterdam een relletje als twee ontruimde gezinnen de publiciteit zoeken en enige tijd met hun kinderen bivakkeren op de binnenplaats van het stadhuis, dan nog aan de Oudezijds Voorburgwal. Diverse kranten, waaronder de Volkskrant en het Algemeen Handelsblad berichten hierover. De gezinnen wijzen de suggestie van de gemeente om tijdelijk naar Hulp voor Onbehuisden te gaan van de hand, omdat gezinnen in de opvang worden gescheiden.
Dit is voor Heldring aanleiding tot een ingezonden brief in de Volkskrant waarin hij nog eens pleit voor de noodzaak om te komen tot goede opvangmogelijkheden voor gezinnen in de stad.

In november is er een affaire bij de Voogdij-afdeling van HVO als een pleegvader een meisje ontvoert dat door HVO in een tehuis is geplaatst. Zowel Heldring als mejuffrouw Kempers, van de Voogdij, reageren hierop in Het Parool van 23 november.

 

1966

http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010956343:mpeg21:a0242

Reclame voor HvO, 1966.

In Het Vrije Volk van 10 oktober 1966 uit HvO-directeur Heldring zijn grieven over de invoering van de dan nieuwe Bijstandswet, waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de “minder normale mensen waarmee wij te maken hebben.” Volgens Heldring belemmert de wet de ontwikkeling van het werk. Waar HvO vroeger op eigen initiatief tot plaatsing van een cliënt kon overgaan als met dat noodzakelijk achtte, moet thans een ambtenaar van de sociale dienst beoordelen of dit wel kan worden beschouwd als zijnde verbonden aan de noodzakelijke kosten van het bestaan.

Met de invoering van de Bijstandswet verdwijnt ook de Sociale Raad en daarmee het stelsel van gemeentegedelegeerden. De directeur van de GG&GD en de directeur van de GSD (Gemeentelijke Sociale Dienst) maken dan ook vanaf eind 1966 geen deel meer uit van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden.
HvO was juist zeer tevreden over de effectiviteit van de constructie met gemeentegedelegeerden. Hierdoor was er sprake van een permanente, goede en gemakkelijk bruikbare verbinding met de gemeente (wat we nu korte lijnen zouden noemen), was het werk deels complementair, werd de samenwerking bevorderd en heeft de vereniging veel profijt gehad van de deskundigheid van de gedelegeerden.

In Het Parool van 19 maart 1966 staat de Kronkel Droef van Simon Carmiggelt, het verhaal van de ongelukkige Italiaanse gastarbeider Luigi die regelmatig “bij Onbehuisden op de Weesperzij” woont.

In 1966 gaan de kinderen van het Marijkehuis en het Irenehuis van HvO met vakantie naar Kijkduin.

In 1966 gaan de kinderen van het Marijkehuis en het Irenehuis van HvO met vakantie naar Kijkduin.

De Groene Amsterdammer van 14 mei 1966 vergelijkt het oude Prinses Marijkehuis en het zojuist gebouwde Burgerweeshuis. Niet alleen komen de directeuren van beide tehuizen aan het woord, het weekblad geeft vooral ook de meningen van de jeugdige bewoners weer.
Directeur Wijnholds van het Prinses Marijkehuis verklaart zijn huis ongeschikt als kindertehuis. Hij zou het liefst in een klein, oud huis zitten in een gewone straat tussen de gewone Amsterdammers in, “inclusief de klachten van de buren.”
Wijnholds legt uit dat het Marijkehuis horizontaal is georganiseerd met drie jongensgroepen van vijftien jongens van 13-21 jaar, twee meisjesgroepen van 13-21 jaar en een gemengde groep van kinderen onder de 11 jaar.
Hij zegt dat zijn kinderen er alles aan doen, zowel in hun kledingkeuze als in hun gedrag, om niet op te vallen.

HvO krijgt 150.000 gulden van de Kinderpostzegelactie voor nieuwbouw van Folmina of een ander tehuis voor kinderen.

In 1966 gaan de kinderen van het Marijkehuis en het Irenehuis van HvO met vakantie naar Kijkduin.

In 1966 gaan de kinderen van het Marijkehuis en het Irenehuis van HvO met vakantie naar Kijkduin.

In de Roggeveenstraat wordt het kindertehuis Prinses Irene (80 plaatsen) onder leiding van zuster C.M. Dekker grondig verbouwd.
In de zomer van 1966 zegt de gemeente eindelijk geld toe voor de vorming van een in omvang bescheiden huis voor dakloze gezinnen, eveneens aan de Roggeveenstraat. Hiermee lijkt een jarenlange wens van HvO in vervulling te gaan. Men zoekt direct een sociologisch georiënteerd bestuurslid met verstand van gezinsproblematiek. Het zal echter nog enkele jaren duren voor Amsterdam daadwerkelijk over de brug komt en de verbouwing kan beginnen.

Om het takenpakket van directeur Heldring te verlichten zoekt men versterking. Het bestuur denkt aan een staffunctionaris, maar een organisatiedeskundige van de BP adviseert om iemand met beslissingsbevoegdheden in de lijn aan te stellen.

In het septembernummer van Levensstrijd verschijnt een waarderend artikel over provo. Dit leidt tot tal van heftige, vooral afkeurende reacties van de lezers.

Op 6 september overlijdt W.H. Marks, van 1947 tot 1964 administrateur van de vereniging.

 

1967

HvO, reclame, 1967

…en niemand wilde hen herbergen, reclame voor Hulp voor Onbehuisden, 1967.

De mannenafdeling aan de Weesperzijde heeft meer dan vijf bejaarde bewoners, is daarmee volgens de wet strikt genomen een bejaardenhuis en moet daarom periodiek worden gecontroleerd door de GG&GD. De bezoekend inspecteur van deze dienst vertelt overigens dat de eisen in deze zo streng zijn dat 129 van de 130 voorzieningen in Amsterdam op dit terrein eigenlijk zouden moeten worden afgekeurd.

Heldring voorspelt dat Surinaamse gezinnen die naar Nederland komen en op de een of andere wijze dakloos geraken in de nabije toekomst een groot beroep op het gezinshuis van HvO zullen gaan doen.
De gemeente vraagt HvO om aan de Roggeveenstraat ook ruimte te reserveren voor de opvang van slachtoffers van eventuele rampen. Publieke Werken rekent uit hoeveel geld er nodig is om het pand ook hiervoor geschikt te maken.

De bezetting in september 1967:
huis bezetting
Prinses Marijke Jeugdhuis 82
Mannenafdeling 96
Mannen nachtasiel 19
Kindertehuis Prinses Irene 74
Vrouwentehuis 19 (volwassenen) 24 (kinderen)
Folmina 17
De Vreede 23
Voogdijafdeling 350

Het bestuur voelt wel voor een nieuwe naam voor het huisorgaan in plaats van Levensstrijd, maar doet geen suggesties. Sommige bestuursleden vinden ook de verenigingsnaam Onbehuisden stigmatiserend, bijvoorbeeld in het geval van de voogdijafdeling.

Total Design stelt “Terp” of “Werk” voor als nieuwe naam voor het blad, René Bink komt met de naam “Uitzicht,” bestuurslid Van Peski stelt “Hulp” voor, terwijl de administrateur met “Onderdak” komt. Een slimme bestuurder wil het huisorgaan zonder naam laten verschijnen (kwestie opgelost), maar Heldring benadrukt dat “onze reclameadviseur Ben Bos een blad zonder naam afraadt.”
Men besluit om nog maar een tijdje verder te gaan onder de naam Levensstrijd.

Directeur Heldring is naar de afscheidsreceptie van burgemeester Van Hall geweest en heeft daar zijn voldoening uitgesproken over het feit dat tijdens zijn ambtsperiode vier van onze zes belangrijkste voorstellen door B&W zijn overgenomen.

Still uit Cathy Come Home, 1967.

Still uit Cathy Come Home, 1967.

Op 22 juni zendt de VARA de gedramatiseerde BBC-documentaire Cathy Come Home van Ken Loach uit over een gezin in Londen dat dakloos wordt. Na afloop hiervan gaat het programma Achter het Nieuws nader in op deze problematiek in Nederland. Hiertoe maakt met opnamen in het tehuis van Hulp voor Onbehuisden aan de Roggeveenstraat. Koos Postema spreekt met vrouwen die in dit huis wonen en met HVO-directeur Oncko Heldring. ‘Door de Stichting Hulp aan Onbehuisden is vanavond een kijkavond georganiseerd, waarvoor een aantal onbehuisden is uitgenodigd. Na afloop van “Cathy” zal over de aan de orde gestelde problemen worden gediscussieerd. Gespreksleider is de heer Heldring, directeur van de Stichting Hulp aan Onbehuisden”,’ aldus Het Vrije Volk. De reportage uit Hulp voor Onbehuisden ‘groeide in al zijn simpelheid uit tot een zeer directe en soms ontroerende confrontatie met een stukje harde werkelijkheid van het hedendaagse Nederland,’ aldus het Algemeen Handelsblad. ‘Ook Nederland heeft Cathy’s,’ stelt het Nieuwsblad van het Noorden.

Heldring vertelt in deze tv-uitzending dat de gemeente wel bereid is veel geld in de verbouwing van Artis te stoppen, maar de plannen van Hulp voor Onbehuisden voor verbetering van de Roggeveenstraat vooralsnog om redenen van financiële aard afwijst. Deze vergelijking beklijft, zowel Het Vrije VolkHet Parool als het Algemeen Handelsblad maken er de volgende dag melding van.
Ook volgens het bestuur heeft zijn optreden ‘goede propaganda voor HvO opgeleverd.’

‘Dramatische redding’ kopt De Telegraaf op 18 september op de voorpagina boven een grote foto waarop een 16-jarige bewoonster van het Prinses Marijkehuis van HvO zich van het gebouw aan de Stadhouderskade dreigt te werpen. Het meisje wordt gelukkig zonder kleerscheuren gered, vier omstanders vallen flauw.
Enige dagen later beklaagt een jeugdige bewoner van hetzelfde Prinses Marijkehuis zich in een ingezonden brief in opnieuw De Telegraaf over het feit dat in de berichtgeving sprake is van een tehuis voor ‘moeilijk opvoedbare jeugd.’ De briefschrijver is er niet van gediend dit etiket te krijgen opgeplakt.

Op 29 september neemt mejuffrouw I.M. Keereweer na 35 jaar afscheid van Hulp voor Onbehuisden. Ze deed vele jaren de nachtdiensten van het Kinderhuis Prinses Irene en het Tehuis voor Vrouwen en Kinderen aan de Roggeveenstraat.

In december komt de vereniging op de radio in een uitzending die maar liefst 18 minuten duurt. De Vara-speelgoedactie zorgt voor cadeautjes bij het Marijkehuis tijdens Sinterklaas, cacaofabriek de Zaan doet dit voor het Irenehuis.

De nieuwbouwplannen voor het meisjeshuis in Bos en Lommer zijn nu definitief van de baan.

 

1968

Het Volkslogement aan de Montelbaanstraat op 22 april 1932, foto Pieter Vorkink.

Het Volkslogement aan de Montelbaanstraat op 22 april 1932, foto Pieter Vorkink.

Baron Van der Feltz en mevrouw Nijhoff Asser treden toe tot het bestuur van Hulp voor Onbehuisden.
Het pand De Vreede aan de Prins Hendrikkade vertoont serieuze mankementen. Glastra Van Loon stelt als bouwkundig adviseur van HvO een rapport op dat er niet om liegt, er is sprake van ernstige verzakking van de fundering en het pleisterwerk is grotendeels verweerd.
De directeur van huize De Vreede vertrekt, Heldring neemt de functie waar.

Een oud-medewerkster van HvO schenkt de vereniging in februari een schilderij van het Oud Buitengasthuis.

Bord van het Volkslogement Amsterdams Bouwfonds.

Bord van het Volkslogement Amsterdams Bouwfonds.

Heldring hoort toevallig dat het niet goed gaat met het Volkslogement van de Vereeniging Amsterdams Bouwfonds (V.A.B.) aan de Montelbaanstraat 6 in het centrum van de stad, vlak achter de Nieuwmarkt. “Het huis maakt een solide, maar wat ouderwetse indruk,” aldus de directeur.
HvO ziet dit pand, dat in 1931 is gebouwd, als een nuttige aanvulling op de bestaande voorzieningen en wijst in een brief aan deze organisatie op het feit dat het geen toeval kan zijn dat zowel het Bouwfonds als Hulp voor Onbehuisden mede zijn gesticht door de heer C.W. Janssen (HvO’s Folminahuis voor meisjes, dat al sinds 1920 bestaat, is genoemd naar de moeder van deze Janssen) en betreurt daarnaast het uiteengaan van de sociale woningbouw en het maatschappelijk werk.
Een bronzen plaquette ter nagedachtenis aan deze stichter siert vele jaren het gebouw.

HvO, Walenburg, 1969

Heldring (midden achter de tafel) te gast bij het VAB in Walenburg 1969.

HvO ziet in de Montelbaanstraat, met 76 slaapkamers, een mooie gelegenheid tot uitbreiding van de Mannenafdeling. Een positieve beslissing hierover wordt dit keer gelukkig snel genomen. Walenburg, zoals de voorziening zal gaan heten, is een feit.
Samen met de heer W. Jagerman van het Stadsarchief van Amsterdam zorgt Heldring met veel plezier voor een gedegen motivatie voor deze naam. De locatie was oorspronkelijk een waal, d.w.z. een met palen afgeschermd gebied in een zeehaven. Al in de 17e eeuw begon dit dicht te slibben en het stuk wordt uiteindelijk in 1646 gedempt en Nieuwe Waalseiland of Walenburgh genoemd. Een drietal archiefstukken kan dit onderbouwen.

Op het afscheid van de familie Steenbergen (“Flinke mensen, in de oorlog hebben ze drie en half jaar Joodse onderduikers zonder dat dit wordt ontdekt,” aldus Heldring.), de voormalige beheerders van wat dan inmiddels Walenburg heet, spreekt behalve directeur Heldring ook (dan nog brigadier) Bosshardt van het Leger des Heils.

Tegeltableau uit 1934 van Johan van Hell achter de voordeur van Walenburg.

Tegeltableau uit 1934 van Johan van Hell achter de voordeur van Walenburg.

Tot de inboedel van Walenburg behoort ook een fraai tegeltableau met de titel ‘Onderdak’ van de sociaaldemocratische kunstenaar en musicus Johan van Hell (1889-1952), dat recht boven de voordeur in het halletje hangt en door de voordeur van het pand nog altijd is te zien.
Van Hall maakt dit tableau in 1934 voor 500 gulden in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam voor het Volkslogement en eethuis van het Amsterdamsch Bouwfonds. Het is een sociaal geëngageerd kunstwerk vol eenvoudige figuratieve elementen als een brandende haard, bloeiende takken, een rustende hond met een voederbak en hok en een vogel die haar jongen voedt.

In de kwestie van de naamgeving van het HvO-blad stelt Heldring in 1968 Huisvesting, Verzorging, Opvoeding (ook HVO) voor. Het bestuur gaat akkoord, het eerste (en enige) nummer onder deze naam verschijnt in 1969.

HVO, reclame 1969

Reclame voor HVO in 1969.

De kwestie van een nieuw logo, men spreekt in die tijd van een ‘vignet’, voor HvO speelt nog immer. Heldring is nog steeds een voorstander van het ontwerp van Ben Bos. Hij heeft zelfs een extern deskundige geraadpleegd in de persoon van professor G.W. Ovink, hoogleraar in de typografie. Deze is direct enthousiast over het ontwerp van Bos en raadt HvO aan het beeldmerk ter bescherming te deponeren.
Heldring vindt dat “een vereniging als deze een efficiënt, zakelijk geleid bedrijf moet zijn, waar zulk een vignet stellig past.”
Het bestuur weifelt, hoewel “de directeur met zijn voorstellen op dit terrein in het verleden vaak achteraf gelijk heeft gekregen.”
Later stuurt Ben Bos een officiële rekening voor het ontwerp inclusief B.T.W. van ƒ0,00 plus een “heel vernuftige tekst” waarop Heldring uiteraard in dezelfde stijl antwoordt. Van der Feltz wijst er fijntjes op dat dit eigenlijk in de boeken zou moeten als een donatie van enkele duizenden guldens.

HVO, Weesperzijde, '60

Manneninternaat en nachtasyl van HVO aan de Weesperzijde in de jaren ’60.

Het verhaal ‘Een optimist’ van Simon Carmiggelt, opgenomen in de bundel Je blijft lachen (1968), gaat over een oude man die het even niet meezit. Hij woont jarenlang bij mensen in onderhuur, maar daar is een eind aan gekomen en hij staat op straat. Daardoor laat onze optimist zich niet uit het veld slaan:

Op het moment verblijf ik bij onbehuisden aan de Weesperzij. Tja, ‘t is maar voor tijdelijk. Ik heb er nou vier nachten geslapen. Langer mag niet, maar die meneer heeft me een verwijsbriefje gegeven voor de sociale dienst in de Gerard Dou, dus daar ga ik straks effe naartoe, dan zal die meneer daar me er wel een nachtje bijgeven. Nee, dat komt wel goed.

 

1969

Schets van de bezetting van de Roggeveenstraat in 1969.

Schets van de bezetting van de Roggeveenstraat in 1969.

In de zomer van 1969 is HvO-directeur Heldring door het weifelende beleid van de gemeente zo getergd dat hij meent actie te moeten voeren. Het bestuur gaat hiermee schoorvoetend akkoord op voorwaarde dat de wethouder er buiten wordt gehouden.
Een maand na de bezetting door studenten van het Maagdenhuis ‘bezet’ Heldring van 16 tot en met 23 juni op ludieke wijze zijn eigen tehuis in de Roggeveenstraat. Heldring stelt de voorziening open voor het publiek, zodat iedereen zich op de hoogte kan stellen van de erbarmelijke toestand van het pand en de noodzaak tot verbouwing. De actie krijgt veel mediabelangstelling.

Heldring als actievoerder, Roggeveenstraat 16 juni 1969, foto Bert Verhoeff

Heldring als actievoerder, Roggeveenstraat 16 juni 1969, foto Bert Verhoeff

‘Directeur op bres voor onbehuisden,’ kopt het Algemeen Handelsblad op 14 juni. In De Tijd van 16 juni 1969 betoogt Heldring dat HvO al veertien jaar tevergeefs op de gemeente wacht. De vereniging wordt aan het lijntje gehouden hoewel men feitelijk geen geld uit wil geven voor de opvang van dakloze gezinnen, terwijl er wel miljoenen worden uitgegeven voor de opvang van dieren in Artis. Er worden pamfletten uitgedeeld waarin staat dat Amsterdam in 1968 1,3 miljoen gulden heeft besteed, alleen al aan de opvang van beren.

Het vrolijke HVO-spel, tekening van Frits Müller, 1969.

Het vrolijke HVO-spel, Frits Müller, 1969.

‘Maat is vol bij Hulp voor Onbehuisden,’ meldt het Nieuws van de dag op 17 juni en ‘Primitieve toestanden in tehuis daklozen,’ aldus Het Vrije Volk van diezelfde dag.
Evenals vele andere kranten maakt De Tijd op 20 juni melding van Het vrolijke HVO-spel dat Heldring voor deze gelegenheid heeft laten maken door tekenaar Frits Müller.
In dit ganzenbordachtige spel wordt de besluitvorming van de Amsterdamse gemeenteraad vergeleken met een slijmerig slakkenspoor en komen gemeentelijke instellingen zoals de sociale dienst en herhuisvesting er op zijn zachtst gezegd bekaaid af. HVO laat 3300 exemplaren van dit spel drukken.

‘Er is vrijwel geen interesse voor het onderbrengen van dakloze gezinnen,’ constateert Heldring in Trouw op 20 juni. ‘Nu er na veertien jaar nog niets verbeterd is vond ik het nodig om uit een ander vaatje te gaan tappen om te ageren tegen de behuizing van dak- en thuislozen.’ In Het Parool van diezelfde dag verklaart Heldring: ‘Dat van Artis heb ik er speciaal ingezet, omdat het ook om behuizing gaat. Ik houd wel van dieren. Daar gaat het niet om. Ik ben het, als ik kijk naar de toestand hier, alleen niet eens met het stellen van de prioriteiten.’
‘Nijlpaarden en beren zijn beter af dan daklozen,’ kopt de Volkskrant op 21 juni. De Politieke Partij Radikalen bezoekt het bezette pand en vraagt B&W een einde te maken aan de slechte behuizing van het tehuis Hulp voor Onbehuisden. Volgens de PPR hoeft men mensen in nood ‘niet persé in luxe flats te herbergen, maar vergroting van hun leed is beslist tegen de dwingende eis de mens centraal te stellen in onze maatschappelijke verhoudingen,’ aldus De Tijd op 23 juni.
In Hervormd Amsterdam van 28 juni klinkt sympathie door voor het ongebruikelijke karakter van de actie van HvO: ‘soms krijgt men de indruk dat de normale vergadermethode, waarin de beslissingen tot stand moeten komen, het niet meer doet.’

Wethouder Bootsma is furieus. Ook het bestuur van Hulp voor Onbehuisden is aanvankelijk niet gecharmeerd van dit straatrumoer en ziet zijn directeur liever niet op de barricaden. De regenten moeten wennen aan sociale actie. Heldring zegt echter de overtuiging te hebben dat zijn optreden ‘om effect te hebben, een zekere mate van grofheid moest hebben, bedoeld om het weinig spectaculaire onderwerp tot het bewustzijn van de autoriteiten te doen doordringen.’

Paasfolder van HVO,  1969.

Paasfolder van HVO, 1969.

Heldring, juni 1969, foto Ben Bos.

Heldring, juni 1969, foto Ben Bos.

In het huisorgaan besteedt HvO aandacht aan moderne verschijnselen als provo en hippies. Het is duidelijk dat de directie zich hiertegenover positief nieuwsgierig opstelt. Dit heeft tot gevolg dat de keurige Heldring steeds vaker wordt uitgenodigd voor bijeenkomsten van alternatieve en radicale groeperingen. Hij toont begrip voor de denkbeelden van de kraakbeweging. Krakers noemt hij deftig en nog enigszins onwennig ‘squatters.’

Burgemeester Samkalden belt zelfs met Heldring om te vragen of deze soms iets te maken heeft met de kraak van panden aan de Sarphatistraat. Heldring stelt de burgemeester voor om HvO te laten optreden als tussenschakel bij de verhuur van leegstaande panden. De directeur van Hulp voor Onbehuisden wordt getipt door het stadhuis bij ontruimingen van kraakpanden en geeft dit voor zover mogelijk door aan de betrokken actievoerders. Heldring aarzelt ook niet om naar ontruimingen te gaan en deze samen met anderen door zijn fysieke aanwezigheid te verhinderen.

Hotel Mermaid, 1970, foto J.M. Arsath Ro'is.

Hotel Mermaid, 1970, foto J.M. Arsath Ro’is.

HVO speelt met de gedachte om de Mermaid, een drijvend hotel met 65 kamers van de KLM dat aan de Oosterdokskade ligt, aan te kopen om oudere daklozen die weinig verzorging nodig hebben te huisvesten, die nu aan de Weesperzijde verblijven. In september blijkt de vraagprijs van twee miljoen gulden te hoog te zijn voor de vereniging en ziet men van de plannen af.

Een teken des tijds. De directeur zegt dat wordt verwacht dat deze zomer een groot aantal ‘hippies’ Amsterdam zal bezoeken. Wie geen geld heeft, kan onderdak vinden in het nachtasiel, ook al verwacht HvO niet dat het om grote aantallen zal gaan.

HvO komt met het plan om gastarbeiders te huisvesten in het leegkomende pand aan de Stadhouderskade, omdat er nieuwbouwplannen zijn voor het Marijkehuis. Het zal echter nog tot 1974 duren voor dit tehuis verhuist naar Karspel.

HVO, bestuur, 1969

Afscheidsdiner van de bestuursleden Stheeman en Korthals Altes in 1969.

In december 1969 neemt Hulp voor Onbehuisden afscheid van de markante bestuursleden U.W.H. Stheeman, lid vanaf 1939 en voorzitter sinds 1947 en van R. Korthals Altes, sedert 1933 secretaris. Beiden worden erelid van de vereniging.
Zowel het Nieuws van de Dag, Het ParoolDe Tijd als Het Vrije Volk besteden op 2 december aandacht aan het vertrek van Stheeman, die bij deze gelegenheid uit handen van burgemeester Samkalden de zilveren penning van de stad Amsterdam krijgt..

Mevrouw Boellaard-Stheeman, de dochter van de scheidend voorzitter, treedt toe tot het bestuur. De jurist L.P. van den Blink – bestuurslid van HvO sinds 1961 – neemt de voorzittershamer over.

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *