Geschiedenis

Geschiedenis 1950-1960

19501951195219531954 19551956195719581959

1950

HvO, tafelvoetbal, 1950

In 1950 legt fotograaf Jan Schiet bewoners en medewerkers vast van alle afdelingen van HvO, zoals hier het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade, vast. Deze foto’s worden nog jarenlang in het huisorgaan Levensstrijd gebruikt.

In zijn nieuwjaarsrede van 1950 staat HvO-directeur Hoytink stil bij het feit dat de eerste helft van de 20e eeuw voorbij is en dat deze jaren van ‘ongekende bewogenheid’ hebben laten zien hoe ontstellend ook de mens zich als een ‘Bestie’ kan gedragen. Maar er zijn ook goede kanten aan de mens en hij put enige hoop uit Edward Bellamy, die in 1887 heeft voorspeld dat in het jaar 2000 een geordende, zinvolle samenleving zal zijn bereikt. ‘Alle charitatieve arbeid, gegroeid in de laatste 50 jaren, en gedragen door persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel, is bezig uit te groeien tot sociale zorg,’ aldus Hoytink en hij verheugt zich over het feit dat er steeds hechter wordt samengewerkt tussen overheid en particulier initiatief, waarbij bij beide partijen als leidend beginsel geldt ‘dat het werk der sociale zorg moet blijven berusten bij geschoolde, deskundige, goed geëquipeerde, maar vooral sociaal-bewogen mensen.’

HvO, Observatiehuis, 1950

Binnenplaats Observatiehuis van HvO, 1950, foto Jan Schiet.

Op 6 januari zijn de kinderen van Hulp voor Onbehuisden (Marijkehuis, Jongenshuis en Roggeveenstraat) opnieuw te gast bij de Horecaf in Bellevue voor het traditionele feestmaal. Adrie van Oorschot verzorgt de poppenkast. Bestuur en directie van Hulp voor Onbehuisden staan voor de opgave de vereniging aan te passen aan de eisen van de nieuwe tijd. Er is jarenlang nauwelijks onderhoud gepleegd aan de gebouwen, er was geen financiële ruimte voor nieuwe ideeën. In 1950 is de begroting van HvO ongeveer een miljoen gulden. Hiervan is ƒ450.000 subsidie van de gemeente en wordt ƒ550.000 door de vereniging zelf opgebracht uit verpleeggelden, ouderbijdrages, giften en legaten en de opbrengst van het oud papier.

HvO, Roggeveen, 1950

Kinderen in de Roggeveenstraat van HvO, 1950, foto Jan Schiet.

H.K.H Prinses Wilhelmina draagt bij aan de zomervakantie van de kinderen van HvO in de Hertekolk in Epe. In augustus doen kinderen van de Roggeveenstraat mee aan de festiviteiten rond het 40-jarig bestaan van de Zuiderspeeltuin aan de nabijgelegen Barentzstraat. Speciaal voor het grote aantal kinderen in de Roggevenstraat wordt de Linschotenstraat deels afgesloten voor doorgaand verkeer, het zo ontstane rustige deel wordt de ‘kleuterhof’ gedoopt. Deze afsluiting is nog altijd van kracht. Van een actie met loterij van winkeliers in de Haarlemmerstraat gaat 60% van de opbrengst naar Hulp voor Onbehuisden, dit levert ruim ƒ3600 op. Dat HvO de lezers van zijn verenigingsblad Levensstrijd hoog inschat, blijkt in het maartnummer. Men verwacht dat lezers een 19e eeuwse literaire annekdote wel weten te waarderen en drukt het gedicht bedelbrief af van Hendrik Tollens, alleen omdat Conrad Busken Huet ooit heeft beweerd dat deze poëtische opwelling spontaan 600 gulden heeft opgebracht.

HvO, Marijkehuis, 1950

Kinderen op straat voor de deur van het Marijkehuis in 1950.

 

HvO, Marijkehuis, 1950

Kinderen in het Marijkehuis van HvO in 1950.

In 2011 staan er bij HVO-Querido twee doortastende Amsterdamse dames op de stoep: de zusters Wiedeman die als kind van 1947 tot 1952 in het Prinses Marijkehuis van Hulp voor Onbehuisden aan de Stadhouderskade woonden. Ze hadden zichzelf herkend op onze website, namelijk op de foto’s hierboven en hiernaast. Lees hier hun verhaal. Voor het meisjestehuis Folmina wordt aanvankelijk een vervangende locatie buiten Amsterdam gezocht. Dat is niet zo vreemd, voor de oorlog zat HvO met deze doelgroep immers in Houten. Men is onder meer in bespreking met Baarn, het gemeentebestuur aldaar heeft geen moeite met de eventuele komst van HvO, ‘mits men niet een van de mooiste huizen van Baarn uitzoekt.’ Het bestuurslid mevrouw Hesselink heeft bezwaren tegen de plaats, Baarn is naar haar mening ‘te oneenvoudig’. Zij verlaat overigens in 1950 na 22 jaar het bestuur van Hulp voor Onbehuisden en wordt benoemd tot erelid der vereniging.

HvO, Folmina, '50

Schoonmaak bij Folmina van HvO aan het Oosteinde, jaren ’50, foto Jan Schiet.

Na overleg met wethouder Steinmetz en Publieke Werken wordt voor het meisjeshuis een perceel gevonden aan het Oosteinde, bijna om de hoek bij het hoofdkantoor aan het Westeinde. Voordat het restauratiewerk aan Oosteinde 30 begint, verleent HvO daar enige werken gastvrijheid aan het bestuur van de ASVO schoolvereniging. De wethouder van Sociale Zaken is ontstemd hierin niet te zijn gekend en ontbiedt de hoofd- en de bedrijfsdirecteur op het stadhuis om een en ander uit te komen leggen. In het Prinses Marijkehuis wordt een bazaar georganiseerd. Van de opbrengst schaft men voor dit huis een Steck piano aan.

HvO, Marijkehuis, 1950

Voetballen op de binnenplats van het Marijkehuis in 1950. Op de achtergrond staat het monument uit 1923 ter ere van het het echtpaar Jonker, oprichters van HvO.

De resultaten van het onderzoek van mejuffrouw drs. Catherina C. Romswinckel van de GGGD (van de Psychologische Afdeling onder dr. Jac. van Dael) naar de psychische gesteldheid van 56 HvO-pupillen (waarvan 30 uit het Marijkehuis) en waarvoor mejuffrouw P.M. van Haagen, sociaal werkster bij HVO, het milieuonderzoek doet, liegen er niet om. Hoewel hun intellect over het algemeen overeenkomt met dat van andere volkskinderen, constateert Romswinckel dat de kinderen zeer weinig weten van de dagelijkse dingen, behoorlijk Weltfremd zijn, kampen met emotionele stoornissen en wat betreft lichamelijk uithoudingsvermogen onder de maat presteren. Er is bij velen een achterstand in spraak- en motoriekontwikkeling en er is vaak sprake van late zindelijkheid. De meesten hebben en geven moeilijkheden op scholen. “Hoewel de kinderen niet grof gestoord zijn in de zin van intellectueel minderwaardig of psychotisch, zijn er bij deze 56 vrijwel geen kinderen, die een evenwichtige indruk maken,” aldus Romswinckel. Meer dan de helft van de kinderen vertoont neurotische symptomen als stoornis in hun ontwikkeling, met name een tekort aan innerlijke gehechtheid. “Potentieel zijn deze kinderen weer de onsocialen en zware neurotici van de volgende generatie,” waarschuwt Romswinckel. Zij wil overigens niet speciaal een blaam werpen op HvO, hetzelfde geldt voor kinderen in de meeste tehuizen, maar zij benadrukt desalniettemin “dat het bestaande systeem weinig gunstig is.” Romswinckel pleit er voor om groepen niet langer horizontaal (naar leeftijd) in te delen maar te streven naar een verticale opbouw (van verschillende leeftijden).

HvO, Roggeveenstraat, 1950

Zuster Weitner (1901-1994) aan het werk bij de Roggeveenstraat van HvO in 1950, foto Jan Schiet.

In de slotbeschouwing van het jaarverslag over 1950 stelt HvO: ‘De meeste nadruk blijft in ons werk toch vallen op de honderden “thuislozen”, – dit is een moeizaam gevonden woord, ongetwijfeld ontleend aan het Engelse “homeless”, wat precies weergeeft, wat er hier aan de hand is – en deze vereenzaamde jongere en oudere mensen, losgeslagen van het eigen milieu, en weinig redzaam en slecht gestart in het leven, hebben toch recht op doeltreffende en zinvolle en ook liefdevolle hulp.’ In het algemeen merkt men op dat het probleem zich verplaatst ‘van materiële nood naar geestelijke, sociale en opvoedkundige nood.’ Speeltuinvereniging Plan West geeft 26 november een balletuitvoering in gebouw Bellevue en nodigt daarvoor honderd kinderen van Burgerweeshuis, Wees een Zegen en het Prinses Marijkehuis uit, meldt De Waarheid. In 1950 omvat het personeelsbestand van HvO 170 personen.

1951

HvO, Jongenshuis, '50

Jongenshuis HvO, Prins Hendrikkade, jaren ’50.

In 1951 adviseren B&W van Amsterdam om het pand aan het Oosteinde 30 geschikt te maken voor het meisjestehuis Folmina. De verhuizing van de meisjes naar dit nieuwe huis laat uiteindelijk nog tot 1954 op zich wachten. Tijdens de bespreking van de subsidieaanvraag van HvO voor 1951 in de gemeenteraad dringt de raad er bij B&W op aan HvO zodanig te subsidiëren ‘dat het voldoet aan de eisen van deze tijd.’ Het is en blijft moeilijk om voldoende geschoold personeel te krijgen. Maar toch: ‘Betreffende de Mannenafdeling deelt de voorzitter mee, dat wij deze dagen genoodzaakt waren een der opzichters te ontslaan, die bij de verpleegden geen goede reputatie bleek te hebben, en erkende verkeerd te hebben gehandeld met een jong verpleegde.’

Werkplaats in het Observatiehuis van HvO in de jaren '50.

Werkplaats in het Observatiehuis van HvO in de jaren ’50.

Het Rijk en de gemeente ruziën over de verantwoordelijkheid voor het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat, dat nodig moet worden opgeknapt. Zo vertoont het dak ernstige lekkage. Om de ernst van de situatie te benadrukken vragen enkele bestuursleden van HvO audiëntie aan bij de Minister van Justitie. Tijdens dit gesprek laat Zijne Excellentie weten weliswaar welwillend tegenover de verzoeken van HvO te staan, maar hiervoor geen geld beschikbaar te hebben. Hoytink is voorzitter geworden van een werkgroep van asieldirecteuren. Het bestuur van HvO betreurt dit, ‘door zijn vele bestuursfuncties is de hoofddirecteur wel dikwijls weg.’

HvO, Jongenshuis, jaren '50

Huiskamer in het Jongenshuis van HvO, jaren ’50.

De wethouder van Sociale Zaken wint informatie in over een 18-jarige zwerver die inmiddels is opgenomen in het Jongenshuis van HvO. Het bestuur reageert ongelovig, jeugdige daklozen, dat komt in Amsterdam toch niet voor? Hoytink verklaart dat het nachtasiel regelmatig onderdak verleent aan personen beneden de 21 jaar, in 1950 waren dat er 112. Bij het Leger des Heils heeft men dezelfde ervaring, weet de directeur. HvO voelt behoefte aan ‘een centraal punt van aanmelding voor de Amsterdamse Kinderbescherming.’

HvO, ophaaldienst, 1950

De ophaaldienst van HvO aan de Weesperzijde in 1950, foto Jan Schiet.

Na het plotselinge overlijden van directeur J.F.M Reekers van de Mannenafdeling, wordt ter versterking René Bink bij deze afdeling aangesteld als sociaal ambtenaar. De afhaaldienst werkt nog steeds met twee wagens met paard. Men onderzoekt of vervanging door een vrachtauto wellicht efficiënter is. Men besluit twee auto’s te kopen waarmee ook andere transporten voor HvO kunnen worden verricht. In september 1951 besluit HvO de term ‘ambtenaar’ te schrappen en agogisch personeel voortaan ‘sociaal werker’ te noemen.

HvO, Marijkehuis, '50

Meisjes in het Marijkehuis van HvO, begin jaren ’50, foto Jan Schiet.

Kinderpostzegels, reclame, 1951

Reclame voor de verkoop van kinderpostzegels, 1951.

De GG&GD heeft bij monde van dr. Brand geklaagd over het niveau van de begeleiding in het Prinses Marijkehuis (capaciteit 156 kinderen). HvO richt een commissie op om een en ander aan te pakken. In een ander verband vraagt de GGGD of HvO niet een ziekenzaaltje wil inrichten op de Weesperzijde waar ‘alleenstaande mannen die onverzorgd zijn tijdelijk worden opgenomen.’ Elf jeugdige bewoners van het Jongenshuis kamperen deze zomer in Zuid Limburg ‘vrijwel geheel van zelf bijeengespaard geld.’ In de Volkskrant van 17 november 1951 verschijnt een beschrijving van een tafereeltje bij de politierechter met een bewoner van het Manneninternaat van HvO in de hoofdrol. De bewoner behoort tot de ook dan al vrijwel ‘uitgestorven groep van zwervers langs ’s Heren wegen’ aldus het huisorgaan, want ‘In onze verzakelijkte en overgeorganiseerde tijd is voor deze rondtrekkende en vaak onmaatschappelijk geworden tramps vrijwel geen plaats meer.’

HvO, Weesperzijde, jaren '50

Werkplaats van HvO, Weesperzijde, jaren ’50.

De rechter uit het artikel raadt de dakloze aan om naar HvO te gaan. ‘Hulp voor Onbehuisden’, zei de officier, ‘is geen gevangenis’. ‘Met permissie gevraagd’, zei de landloper, ‘spreekt u uit ervaring?’ De heer F.H. van Peski neemt (tijdelijk) afscheid van het bestuur van HvO, de heer R.J.M. Steins Bisschop treedt toe. In 1951 verstrekt HvO 262.178 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 718 mensen per dag.

1952

HvO, reclame, 1952

HvO zamelt ook in de jaren ’50 geld in om de kinderen met vakantie te kunnen laten gaan.

Op 15 januari is het afscheid van mejuffrouw J.E. Sigterman, sinds 1945 directrice van het internaat voor schoolkinderen aan de Stadhouderskade. Zij is sinds 1919 in dienst bij Hulp voor Onbehuisden en heeft nog met de Jonkers gewerkt. Zij recipieert samen met mejuffrouw A.A. Akkerman, sinds 1927 directrice van meisjeshuis Folmina, bericht De Waarheid. “In het Prinses Marijkehuis zullen de ongeveer 150 kinderen uit ontwrichte gezinnen haar ernstige gezicht, dat echter gauw tot een gulle lach bereid is, gaan missen,” schrijft Het Parool op 15 januari over Sigterman. “Als wees uit het Diaconie-weeshuis was het van jongsaf al m’n ideaal voor kinderen te werken,” zegt zij in deze krant. In 1952 wordt het nieuwe Ministerie van Maatschappelijk Werk opgericht, de KVP-er Van Thiel is hiervan de eerste minister. Deze ziet het als taak van de overheid om de werkzaamheid van het particulier initiatief te stimuleren. Dat is op dat moment koren op de molen van Hulp voor Onbehuisden. De staatssecretaris van Sociale Zaken, A. van Rhijn, bezoekt op 11 februari de mannenafdeling van HvO aan de Weesperzijde.

HvO, Marijkehuis, 1952

Samen naar het strand, kindeen van het Burgerweeshuis en het Marijkehuis van HvO in 1952.

Hoofddirecteur Hoytink schrijft in het huisorgaan een recensie van prof. Dr. H. de Rooys boek Casework en maatschappelijk werk. Hoytink is overtuigd van het belang van deze dan nieuwe, van oorsprong Amerikaanse, benadering, maar waarschuwt voor ‘al te enthousiast geëxperimenteer’. De Voogdijafdeling van HvO groeit gestaag. In 1952 merkt het bestuur op dat slechts 10% van de ouders die uit de ouderlijke macht is ontzet of ontheven, deze ooit terug krijgt. Dit komt volgens HvO omdat rechters vaak te laat ingrijpen, waardoor de situatie reeds is geëscaleerd en het feit dat rechters nu eenmaal zeer streng zijn in het teruggeven van de ouderlijke macht. Weesjongetjes van het Amsterdamse Prinses Marijkehuis en Burgerweeshuis mogen in april mee met de bus van de KLM bij een touringcarrally en kijken hun ogen uit ‘hoe hun gastheren, de K.L.M.-mensen, in rond 1 minuut hun zware diesel om de paaltjes hielpen,’ aldus De Telegraaf.

HvO, uitstapje kinderen, 1952

Uitstapje van kinderen van Hulp voor Onbehuisden naar de Betuwe in 1952.

In juni wordt het Verbond van Algemene Instelingen voor Kinderbescherming opgericht op initiatief van de Maatschappij Zandbergen uit Amersfoort, stichting De Opbouw uit Utrecht en Hulp voor Onbehuisden uit Amsterdam.

HvO, Jongenshuis, '50

Bewoners van he Jongenshuis van HvO op vakantie, begin jaren ’50.

De geplande renovatie van het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat gaat niet door omdat zowel de gemeente als het Ministerie van Justitie elkaar als verantwoordelijke hiervoor beschouwen. Voorzitter Stheeman bezoekt daarom zowel de Minister van Justitie (Mulderije) als de burgemeester van Amsterdam (D’Ailly). Het departement zegt 50 mille toe, de gemeente 30. Later in het jaar brengt de minister een onverwacht bezoek aan het Observatiehuis. Naast alle aandacht voor de Vosmaerstraat, wordt het jongenshuis aan de Prins Hendrikkade in 1952 vrijwel geruisloos en zonder problemen verbouwd.

HvO, reclame, 1952

Reclame voor het werk van Hulp voor Onbehuisden in 1952.

Mejuffrouw H.A. Boelen, bestuurslid van HvO sinds 1923, treedt af. Zij wordt opgevolgd door mevrouw C. Ph. Wassink-Van Raamsdonk. Ook gemeentegedelegeerde dr. A. Brand neemt afscheid, zijn plaats wordt ingenomen door dr. K. Ittmann, eveneens directeur van de GG&GD. Op 12 oktober zijn kinderen van HvO te gast bij de opvoering van de operette Goudsterretje in de grote zaal van Krasnapolsky. ‘Het was net echt. Dat vonden vooral de speeltuinkinderen van de vereniging in de zaal en de genodigde kinderen van het Prinses Marijkehuis aan de Stadhouderskade, die in spanning meeleefden, hoe de prins met fee Goudsterretje de heksen verdreef,’ aldus De Waarheid. Op 10 december organiseert Frits Rolff ten bate van de vereniging opnieuw een revue in Bellevue, deze keer onder de noemer ‘Hulpschip HvO’. Op de Mannenafdeling aan de Weesperzijde geeft de schrijver Willem van Iependaal een voordrachtsavond.

HvO, Weesperzijde, 1950

Papiersortering, Weesperzijde, 1950, foto Jan Schiet.

Over deze afdeling verschijnt een reportage in weekblad De Groene Amsterdammer. Uit het jaarverslag van de Mannenafdeling blijkt dat de bewonerspopulatie in toenemende mate heterogeen van samenstelling is. Men huisvest er het ‘gehele scala van de asociale mens: de debiel, de psychopaat de drankzuchtige enz. tezamen met mensen van de meest uiteenlopende karakterstructuur. Hierbij komt nog dat de leeftijden variëren van 20 tot 70 jaar en ouder.’ ‘De nazorg van de verschillende pupillen is nog geheel in embryonale toestand,’ concludeert het bestuur aan het eind van het jaar, maar men schuift de kwestie voor zich uit, ‘misschien is het iets voor het 50-jarig bestaan over twee jaar?’ In 1952 verstrekt HvO 282.959 verpleegdagen, gemiddeld 775 mensen per dag. Er werken 180 mensen.

1953

HvO, Weesperzijde, '50

Bussen aan de Weesperzijde, begin jaren ’50. Jaarlijks maken de mannen van HvO een uitstapje.

Tijdens de eerste bestuursvergadering van 1953, op 5 januari, blikt voorzitter Stheeman terug op het afgelopen jaar. “In het Prinses Marijkehuis is de komst van de nieuwe directeur, de heer Nijkamp, zeer gelukkig geweest. Hij blijkt zeer actief te zijn en vol met vruchtbare ideeën. Hij heeft o.a. een splitsing tussen de kinders ingevoerd in zg. blijvers en trekkers.” Op 7 januari is het diner voor de kinderen van HvO in Bellevue, aangeboden door de Amsterdamse Horecabond. Als een der obers aan een jongen vraagt of hij nog een derde bord lust, antwoordt de knaap volgens het HvO-blad in onvervalst Amsterdams “Jawel, meneer, as de pan ’t toelaat.” Er zijn herhaalde vragen van raadsleden, onder meer van mevrouw E. Teeboom-Van West van de CPN, over het onderbrengen van gezinnen in het nachtasiel. In januari schrijft Hoytink de gemeente een brief met voorstellen voor de aanpak van zogeheten onmaatschappelijke gezinnen. Zij zouden eerst zes weken onder de hoede van HvO in het asiel moeten worden opgenomen en dan ‘na een grondig onderzoek naar gehalte en structuur van het gezin’ met begeleiding van HvO in een woning in een volkswijk moeten worden ondergebracht. HvO beheert de woningen en het gezin is verplicht de dagelijkse bemoeienis van een bekwaam gezinsverzorgster te accepteren.

HvO, Weesperzijde, '50

Uitjes van de mannenafdeling van HvO, begin jaren ’50.

In Levensstrijd van februari 1953 bespreekt Hoytink het rapport van de Commissie Eyssen (waarin ook dr. Querido zitting heeft) over deze onmaatschappelijke gezinnen. Hij juicht toe dat de commissie stelt dat de opvang van deze gezinnen vooral een zaak van particulier initiatief zou moeten zijn. Het bestuur maakt wel en voorbehoud. HvO is weliswaar ultimum refugium, de laatste toevlucht van onze stad, maar kan ook niet alle gevallen opnemen. Ook in 1953 blijft het tobben met het Observatiehuis, zowel wat betreft de bouwkundige staat als het niveau van het personeel. De kwestie komt ook in de gemeenteraad aan de orde. De wethouder kan ‘entre nous’ meedelen dat B&W ‘op het Departement van Justitie een robbertje heeft gevochten om mogelijk te maken dat door het Rijk een behoorlijk bedrag beschikbaar gesteld zou worden voor HVO om tot een verbetering te komen va het Observatiehuis.’ Het ministerie voelt er nu evenwel voor om de landelijke observatiehuizen naar levensbeschouwing te organiseren en heeft als eerste voorkeur een huis van protestantse snit, terwijl Amsterdam en HvO uiteraard meer voelen voor een voorziening op algemene grondslag. In Elseviers Weekblad verschijnt een serie artikelen over het Observatiehuis van Piet Bakker, de bekende auteur van Ciske de Rat, op zijn beurt de bekendste – zij het fictieve – bewoner van dit type voorziening. De schrijver heeft kritiek op het ‘bajesachtige’ karakter van het huis en pleit ervoor van het Observatiehuis een open inrichting te maken. Volgens hem vetroebelt de gevangenissfeer de heldere indruk die we van de jongens zouden moeten proberen te krijgen. ‘De sleutel verdringt het beeld’, aldus Bakker.

HvO, Marijkehuis, '5-

Binnenplaats van het Marijkehuis begin jaren ’50 met op de achtergrond het monument.

Het monumentje voor het echtpaar Jonker op de binnenplaats van het Prinses Marijkehuis moet wegens een verbouwing op de binnenplaats van dit pand aan de Stadhouderskade worden verplaatst naar de Roggeveenstraat. De mannenafdeling (asiel en internaat) van HvO wordt na een enquête onder personeel en verpleegden, nu officieel de ‘Weesperzijde’ genoemd, de naam die de voorziening in de volksmond al heeft. De bewoners van dit huis maken in de zomer een tweedaagse autotocht naar het noorden en oosten van ons land. ‘Een der verpleegden, die de stemming bedierf, is halverwege naar huis gestuurd.’ René Bink, sociaal werker van de Weesperzijde, treedt toe tot de redactie van huisorgaan Levensstrijd en schrijft sindsdien met grote regelmaat en zichtbaar plezier uit het leven gegrepen portretten van bewoners en gasten van het internaat en het nachtasiel. Het zijn humorvolle miniatuurtjes vol deemoed en empathie met de verschoppelingen der aarde. Jaar in jaar uit vraagt hij een financiële bijdrage voor het jaarlijkse uitstapje van de mannen en doet daar vervolgens op mild ironische en luchtige wijze verslag van in het blad van HvO.

HvO, Marijkehuis, 1953

Sinterklaas arriveert bij het Marijkehuis van HvO in 1953.

De heer H.A.J. Baanders, bouwmeester en bestuurslid van HvO sinds 1939, overlijdt. In 1955 treedt zijn zoon, eveneens architect, toe tot het bestuur van Hulp voor Onbehuisden. Prinses Wilhelmina schenkt 50 gulden naar aanleiding van de paasfolder. De oplage van het maandblad is 5500. De School voor Reserveofficieren, afdeling Geneeskundige Dienst, uit Amersfoort adopteert het Marijkehuis, wat op 2 december resulteert is een “bijzonder aardig St. Nicolaasfeest,” aldus de bestuursnotulen, waarbij de goedheiligman met een rondvaartboot voor de deur arriveert. In 1953 verstrekt HvO 277.568 verpleegdagen en overnachtingen, dat is gemiddeld 760 mensen per dag.

1954

Feestmaal voor de kindeern van HvO in Bellevue, 1954.

Feestmaal voor de kindeern van HvO in Bellevue, 1954.

Voor een groot aantal kinderen van Hulp voor Onbehuisden begint het jaar opnieuw goed met een feestmaal dat hen wordt aangeboden door Amsterdamse Horeca in Bellevue. Volgens het huisorgaan van Hulp voor Onbehuisden is dit voor de meeste van deze kinderen de eerste keer in hun leven dat ze door een heuse kelner worden bediend. In januari zet men de binnenplaats van het Prinses Marijkehuis aan de Stadhouderskade onder water zodat er een kleine ijsbaan ontstaat.

HvO, Folmina, 1954

Meisjeshuis Folmina van HvO in 1954.

Op 13 januari gaat Folmina, een huis voor meisjes van 13 tot 21 jaar, officieel opnieuw open. Na het Utrechtse Houten en de Van Neckstraat in de Amsterdamse Zeeheldenbuurt dit keer aan het Oosteinde 30. Dit pand en de hele zijde van de straat bestaan niet meer, op deze plaats bevindt zich nu de Nederlandse bank. Er vindt een studiereis plaats naar Denemarken op instigatie van de Stichting Thuislozenzorg, waarvan directeur Hoytink ook voorzitter is. Hoytink vindt dat zuster Dekker en hijzelf het beste kunnen gaan. In de kwestie van het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat lijkt de kogel eindelijk door de kerk te zijn. Het huis wordt in april gesloten voor een grootscheepse verbouwing, en Hulp voor Onbehuisden besluit om het Observatiehuis onder te brengen in een aparte stichting, waarna het nog tot 1970 zelfstandig functioneert.

HvO, maquette Pesthuis, 1954

Maquette van het Oude Buitengasthuis, 1954.

Op 21, 22 en 23 mei is er een bazaar ten bate van het Prinses Marijkehuis. Hier wordt onder meer een maquette getoond die conciërge Adriaan van den Busken samen met vijf jongens heeft gemaakt van het oude Pesthuis, dat zoveel jaren het bastion van de vereniging is geweest. De bazaar brengt 1400 gulden op, bestemd voor wandversiering van het Marijkehuis. HvO vraagt de gemeente of men het opgehaalde geld ook daadwerkelijk voor dit doel mag aanwenden, dus dat het niet op subsidie in mindering wordt gebracht. Op 29 juli laten B&W weten met de bestemming van het bazaargeld akkoord te gaan. Men kiest, op advies van het Stedelijk Museum, voor reproducties van Van Gogh, Manet, Degas en Cézanne, aldus het jaarverslag. Hoofddirecteur Hoytink voelt zich in zijn positie bedreigd door zowel de bestuursvoorzitter als de bedrijfsdirecteur. Het HvO-bestuur vindt dat de directeur te weinig coördinerend en over het algemeen te weinig daadkrachtig optreedt. Er ontstaat een slepend conflict tussen het bestuur, directeur Hoytink en een deel van het personeel van HvO. Spanningen in Vereniging Hulp voor Onbehuisden, kopt Het Parool in april 1954.

HvO, Roggeveenstraat, 1954

De Roggeveenstraat van HvO in 1954, foto W.L. Stuifbergen.

Dat de stemming voorlopig grimmig blijft, blijkt onder meer uit de bestuursnotulen. Op de vraag wie de post personeelszaken behartigt, antwoordt de voorzitter “dat dit tot de taak van de hoofddirecteur behoort, doch de heer Hoytink heeft altijd alle moeilijkheden ontlopen.” Later heet het: “De heer Hoytink heeft bij die behandeling ongeveer niets gezegd; op een nieuw punt (…) had hij slechts onzin te beweren.” Weer later: “Besloten wordt op geen van deze voorvallen terug te komen waar de heer Hoytink bij is; het helpt toch niets.” Men vermoedt dat het met de hoofddirecteur “toch nog wel eens mis zal lopen.” Het bestuur besluit daarom ontslag van de hoofddirecteur aan te vragen bij het Gewestelijk Arbeidsbureau. HvO krijgt echter nul op het rekest:

Unaniem heerst voorts de mening, dat aan de heer Hoytink bij de uitvoering van zijn omvangrijke taak, waarbij in het algemeen vermijden van fouten ondenkbaar is, uwerzijds in het algemeen minder bewegingsvrijheid is gegeven dan op het terrein van het maatschappelijk werk gebruikelijk en m.i. gewenst en verantwoord is, en dat daaruit voor een belangrijk deel de bestaande moeilijkheden zijn voortgevloeid.

HvO, Roggeveenstraat, 1954

HvO Roggeveenstraat, 1954, foto W.L. Stuifbergen.

De verhoudingen zijn verstoord en het hoofddirecteurschap wordt waargenomen door de heer Van Uden, afdelingsdirecteur van het Observatiehuis. Nadat is besloten Hoytink ontslag te verlenen, spreekt bestuurvoorzitter Stheeman langdurig met alle afdelingsdirecties om de vereniging zo ongeschonden mogelijk door deze crisis te slepen.

HvO, bestuur, 1954

Bestuur van HvO bij het gouden jubileum in 1954.

In 1954 bestaat Hulp voor Onbehuisden vijftig jaar. Dit gouden jubileum moet volgens het bestuur worden gevierd alsof er bij de vereniging niets aan de hand is. Maar zoals historica Daniëlle Rigter opmerkt in haar boek In het spoor van Jonker, treffen we op de foto’s van de feestelijkheden noch in de berichtgeving daarover een spoor van de hoofddirecteur. De officiële herdenking van het jubileum is op 28 september in hotel American. Onderdeel van het programma is een bezoek aan de Snip en Snap-revue in Carré door bewoners en medewerkers van diverse voorzieningen. Ook wil men uit reclameoverwegingen voor de buitenwacht op bescheiden wijze uitpakken met een jubileumfolder over het werk van HvO, een speciaal nummer van het tijdschrift en een klein aandenken annex relatiegeschenk voor de gasten in de vorm van een asbak. Aandacht op de radio voor het HvO-jubileum wordt geregeld door gemeentegedelegeerde Ittmann, die hiervoor zijn voorganger prof. Tuntler inschakelt, die inmiddels ondervoorzitter is van de AVRO. HvO beseft dat een concrete doelstelling bij het vragen van giften tot de verbeelding spreekt. Dit mag feitelijk niet van de subsidiegever. HvO besluit de gemeente om een principiële uitspraak te vragen in deze.

HbO, blad, 1954

Omslag van Levensstrijd, het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden in 1954.

Met ingang van september 1954 verschijnt het huisorgaan Levensstrijd in een groter formaat en een andere opmaak. Ronald Frijling, ‘een kunstschilder’, aldus het bestuur en verder vooral bekend als illustrator van talloze Indische boeken, tekent voor het omslag en de meeste afbeeldingen in het blad. Het eerste nummer in de nieuwe reeks is gewijd aan het 50-jarig bestaan van Hulp voor Onbehuisden en bevat bijdragen van burgemeester D’Ailly, die schrijft dat de arbeid die door het echtpaar Jonker is aangevangen ‘helaas in de huidige tijd nog niet overbodig geworden is’  en wethouder Steinmetz van Sociale Zaken. De laatste stelt dat de vereniging meer aan de bekendheid zou moeten doen. “De letters H.v.O. hebben voor de meeste Amsterdammers slechts een beperkte klank, welke alleen doet denken aan nachtasyl en zwervers,” terwijl het werkterrein van de vereniging aanzienlijk groter is aldus de wethouder.

HvO, Weesperzijde, 1954

Slaapzaal in het achtasiel van HvO aan de Weesperzijde in 1954, foto Joop Wijnand.

Naar aanleiding van het jubileum stelt HvO dat “de klassieke zwerver, type flierefluiter,” langzamerhand aan het verdwijnen is. Maar inmiddels heeft zich hiervoor in de plaats “ander type mens, de thuisloze” gemanifesteerd. Het gaat hier om ontwortelden, met weinig houvast die onmaatschappelijk (dreigen) te worden. De mannenafdeling wil graag een psycholoog aanstellen, iemand die er al een tijdje onderzoek doet en een leerling is van prof. Duiker van de Gemeentelijke Universiteit. De interesse van de psychologen is gewekt, want “de typen, die in het nachtasyl voorkomen, treft men nergens.” Men besluit legaten van enige omvang voortaan te vermelden in Levensstrijd. Enige bestuursleden pleiten voor een andere titel voor het blad. Het blijft voorlopig bij suggesties, pas in 1969 verandert de naam van het huisorgaan. Mejuffrouw Hesselink zegt haar erelidmaatschap van HvO op uit onvrede met het ontslag van zuster Schaverbeke.

HvO, Roggevenstraat, 1954

Kleuterverblijf van Hulp voor Onbehuisden aan de Roggeveenstraat in 1954, foto W.L. Stuifbergen.

De gemeente wil het huis van HvO aan de Roggeveenstraat een wandschildering schenken. Over dit kunstwerk van Hendriks hebben dr. Middelhoven en dr. Sunier echter een vernietigend rapport geschreven en ook het bestuur is beslist niet te spreken over het ontwerp. Hoewel de gemeente “moreel tegenover de kunstenaar reeds te ver is gegaan,” besluit HvO de wandschildering zo niet te kunnen accepteren. Over een nieuwe schets van Hendriks oordeelt het bestuur milder, al acht men “de detaillering wat zwaar.”

HvO, Marijkehuis, 1954

Sinterklaasfeest bij het Marijkehuis in 1954.

Op 23 november laten B&W aan HvO weten dat Publieke Werken voor 29.000 gulden zal verbouwen bij het Jongenshuis en het Prinses Marijkehuis. De School voor Reserveofficieren van de Geneeskundige Dienst uit Amersfoort verzorgt opnieuw het sinterklaasfeest voor de kinderen van het Marijkehuis. De Telegraaf plaatst hiervan een verslagje met een foto van een jeugdige bewoner die per zak dreigt te worden afgevoed, maar ‘Spanje bleek niet in deze knaap geïnteresseerd, want het joch liep later weer vrolijk rond.’ In het decembernummer van het huisorgaan van Hulp voor Onbehuisden staat het verhaal Opdracht van Henri Knap. In 1954 verstrekt HvO 264.815 nachtverblijven en verpleegdagen, dat betekent zorg voor gemiddeld 725 personen per dag.

1955

HvO, Roggeveenstraat, 1955

Hummeltjes, in 1955 een van de kindergroepen in het Prinses Irenehuis, de nieuwe kinderafdeling van HvO aan de Roggeveenstraat, foto W. Lobach.

Op 18 februari worden er bij het Marijkehuis opnamen gemaakt voor de radio, de Wereldomroep Nederland. De kinderen zingen onder meer Sarie Marais, speciaal voor de luisteraars in Transvaal. Ook de gelukwens aan prinses Marijke gaat dit jaar over de radio, ook in het Engels en het Spaans. “Biba la Princessa Marijke,” klinkt het door de ether, want directeur Nijkamp heeft het fonetisch voor de kinderen opgeschreven. Het Nieuwsblad voor Sumatra en de Amigoe op Curaçao maken melding van deze uitzending. In januari 1955 starten de psychiater G.A. Ladee en de psycholoog M.M. Montessori met hun onderzoek naar wenselijkheid van psychiatrische en psychologische hulp ten behoeve van bewoners van HvO. Het advies luidt onder meer dat HvO een kinderpsycholoog, een sociaal psychiaters en vooral maatschappelijk werkers zou moeten aanstellen. Niet alleen voor de directe zorg aan bewoners, ook om medewerkers te scholen. Daarnaast zouden de bezigheden op de afdelingen beter in ‘werkteams’ kunnen worden georganiseerd. De deskundigen zien voor de psychiater niet alleen werk bij de kinderafdelingen, maar ook voor volwassen bewoners. ‘Dit vooral in verband met de als een stijgende behoefte gevoelde exploratie naar aard en vormen van de z.g. “thuislozen” bij wie het psychopathologisch aspect een niet onbelangrijk deel uitmaakt.’ De schrijvers van het rapport benadrukken dat het niet de eerste keer is dat HvO de psychiatrische zorg voor bewoners onderzoekt. Zij memoreren een verzoek uit 1948:

Aan dit verzoek van de hoofddirecteur van de vereniging aan het college van B en W werd door Dr. A. Querido, destijds leider van de afdeling Geestelijke Hygiëne van de GG en GD de volledige medewerking toegezegd, indien diens advies zou worden gevraagd.

Het bestuur van de vereniging is niet blij met dit onderzoek. Men vindt dat in het rapport ‘de zorg van HvO iets teveel in het psychische vlak wordt getrokken.’

HvO, Roggeveenstraat, 1955

De kevertjes, Irenehuis, 1955, foto W. Lobach.

Wethouder Steinmetz bezoekt in februari de mannenafdeling aan de Weesperzijde, het Prinses Marijkehuis aan de Stoudhouderskade en het Vrouwen- en Kleuterhuis aan de Roggeveenstraat.

HvO, Roggeveenstraat, 1955

Kabouters, Irenehuis, 1955. foto W. Lobach.

Er zijn klachten over de eenzijdigheid van het menu in sommige huizen. Er wordt een functionaris van de gemeentelijke Centrale Voedingsdienst ontboden. Het blijkt dat niet alle afdelingen de verschillende beschikbare soorten voedsel afnemen en zo tot weinig variatie komen. Bovendien is de maaltijdverstrekking in sommige huizen, met min of meer dezelfde ingrediënten en een beetje fantasie, wel goed geregeld. Men besluit een aantal medewerkers op kookcursus te sturen. Hoe de taken de verantwoordelijkheden in het bestuur op dit gebied in 1955 over de sexen zijn verdeeld, blijkt uit het volgende: ‘De Voorzitter concludeert dat hier op de vrouwelijke commissieleden een taak rust om het daarheen te leiden dat met de beschikbare middelen meer bereikt wordt.’

HvO, Marijkehuis, 1955

Kinderen van het Marijkehuis lopen de avondvierdaagse in 1955. Hier zijn ze ter hoogte van het Sarphatipark.

Enkele dakloze echtparen laten in een oproep aan de gemeenteraad weten het een slechte zaak te vinden dat zij bij HvO worden opgesplitst en vinden het bovendien een schande om te worden ondergebracht met ‘gederailleerden’ en ‘landlopers.’

HvO, Marijkehuis, 1955

Avondvierdaagse Marijkehuis, 1955.

In april 1955 komt deze kwestie in een rumoerige raadsvergadering van de gemeente aan de orde. Naar aanleiding hiervan verschijnen er negatieve berichten over HvO in de pers. Hoytink verweert zich in het aprilnummer van zijn eigen tijdschrift. ‘Wij betreuren het zeer, dat onze Vereniging, dat onze maatschappelijk werkers, die concreet trachten iets op te heffen van de acute en schrijnende nood, volkomen onverdiend een veeg uit de pan kregen van de Amsterdamse pers, althans van sommige bladen.’ In een brief aan de wethouder van sociale zaken van hetzelfde jaar schrijft HvO: ‘Dat ons veelzijdige werk voor zovele jongere en oudere in nood verkerende kinderen, volwassenen en gezinnen niet aan kritiek onderhevig zou zijn is nauwelijks denkbaar. Ik men echter te mogen zeggen, dat onze eigen kritiek op ons werk wel eens die van buitenstaanders kon overtreffen.’

HvO, Marijkehuis, 1955

Zweeds wittebrood in het Marijkehuis in 1955.

Op 5 mei krijgen ruim 26.000 kinderen in 371 tehuizen in Nederland ter gelegengheid van de zogeheten Zweeds wittebrood-actie een halfje wittebrood met een Nederlands vlaggetje uitgereikt om de bevrijding van tien jaar geleden te herdenken. Een geste van de Nederlandse Vereniging van Meelfabrikanten. Een tehuis van HvO is uitgekozen om deze actie publiciteit te geven. ‘In het Prinses Marijkehuis te Amsterdam,’ zo lezen we in het Utrechts Nieuwsblad van 7 mei 1955, ‘vond een symbolische overdracht plaats: Een in Zweedse kleuren verkleed meisje overhandigt de Hollandse Maagd een Zweeds Wittebrood.’ B&W van Amsterdam staat HvO toe om het aandeel in de opbrengst van de Kinderpostzegelactie te reserveren voor speciale doeleinden. Dit bedrag zal niet op de subsidie in mindering worden gebracht. De vereniging is verheugd over deze koerswijziging.

HvO, reclame, 1955

Reclame van HvO in 1955.

HvO probeert een secretaresse voor de hoofddirecteur te werven. Van de ruim veertig kandidaten blijkt er uiteindelijk niet één geschikt. Een verzoek van de Weesperzijde voor de aanschaf van een frigidaire wordt door de gemeente afgewezen. Een klaverjastoernooi bij het Prinses Marijkehuis, georganiseerd door de VARA, is geslaagd en brengt 700 gulden op. Prinses Wilhelmina schenkt ƒ50 naar aanleiding van de Kerstfolder. De Sinterklaasviering voor de kinderen van het Marijkehuis, het Jongenshuis en Folmina wordt traditiegetrouw verzorgd door de School voor Reserveofficieren van de Geneeskundige Dienst in Amersfoort. Het Vrouwen- en Kleuterhuis aan de Roggeveenstraat wordt gesplitst in een aparte afdeling voor kinderen en een afdeling voor vrouwen, elk met een eigen directrice en een eigen Commissie van Toezicht.

HvO, Roggeveenstraat, 1955

Vakantie van de Kleuterafdeling van HvO in Hulshorst in 1955.

De reisbestemming van de diverse afdelingen van Hulp voor Onbehuisden is tijdens de zomervakantie van 1955 nog altijd bescheiden: Folmina gaat naar Hattum, het Prinses Marijkehuis naar Apeldoorn, het Jongenshuis naar Putten, de Kleuterafdeling naar Hulshorst en de Mannenafdeling naar Oisterwijk. De heer Steen, medewerker van de Voogdijafdeling, heeft zo’n 50, 60 rijlessen gehad, doch zakt telkens voor het rijexamen. HvO besluit dat hij nog ten hoogste 10 lessen mag nemen, dat moet genoeg zijn.

HvO, Roggevenstraat, 1955

Kleuterafdeling van HvO aan de Roggeveenstraat in 1955.

Hoytink is ook voorzitter van het Verbond van Algemene Instellingen voor Kinderbescherming. HvO is lid van dit verbond, maar heeft een conflict over haar aandeel in de opbrengst van collectes en inzamelingen. Het bestuur van het verbond wil het bestuur van de vereniging niet ontvangen. HvO dreigt daarop uit het verbond te treden. De relatie tussen het bestuur en de hoofddirecteur wordt er ook hierdoor op zijn zachts gezegd niet beter op. Men verwijt Hoytink zijn ‘miserabele houding’ en een bestuurslid constateert ‘dat er voor de heer Hoytink geen kruid gewassen is.’ In het verslag van de vergadering van 7 november 1955 lezen we: ‘Het bestuur heeft geen hoop meer, dat een oplossing van de moeilijkheden ten aanzien van de positie van de hoofddirecteur te vinden is.’

HvO, Marijkehuis, 1955

Kinderen van het Marijkehuis aan boord de HMS Tyne in 1955.

Op 22 november bezoeken twintig kinderen van het Prinses Marijkehuis een Engelse oorlogsbodem, de HMS Tyne, die in  de Amsterdamse haven ligt. Ook burgemeester d’Ailly en zijn vrouw zijn daarbij aanwezig. De matrozen hebben het schip voor deze gelegenheid omgetoverd in een kinderparadijs, met als klap op de vuurpijl ‘een kleine eenpersoons “Spitfire” opgehangen aan een lange stalen kabel, waarin de kinderen hog boven het middendek een luchtreisje mochten maken van de brug naar de achtersteven.’ De dag wordt afgesloten met een tea en een filmvoorstelling en de kindeen worden ‘netjes per autobus wer naar huis gebracht.’ Het Parool doet hier op 24 november verslag van, het ANP maakt er een foto van, die volgens het tijdschrift van HvO overtuigend aantoont ‘hoezeer onze meisjes en jongens dit bezoek aan de Tyne op prijs hebben gesteld.’

1956

HvO, Marijkehis, 1956

Kinderen van het Marijkehuis aan de pannenkoeken in 1956.

In januari doet het Marijkehuis mee aan een kleurwedstrijd van het Algemeen Handelsblad. Afdelingsdirecteur Nijkamp vraagt bij deze krant 150 overdrukken aan, met als resultaat dat 54 kinderen een prijs winnen, waarvan er 32 pannenkoeken gaan eten in restaurant Het Olde Binnenhofje aan het Singel. Begin 1956 laat Hoytink weten definitief weg te willen bij HvO en dringt in overleg met zijn advocaat aan op een regeling. De gemeente werkt hier om financiële redenen niet aan mee. Medio 1956 vindt Hoytink ander werk. HvO twijfelt of men wel een nieuwe hoofddirecteur wil aanstellen. Misschien kan de vereniging ook wel decentraal worden geleid, met een iets grotere rol voor de afdelingsdirecties en zoiets als een coördinerend secretaris? De afdelingsdirecties pleiten voor één centraal coördinerend opnamepunt voor bewoners van HvO. Onder meer om te voorkomen dat het ene huis een onderbezetting heeft, terwijl voor het andere huis mensen op de wachtlijst staan. De meeste betrokkenen, waaronder wethouder Steinmetz, menen echter dat voor HvO een krachtige, centrale leiding in de vorm van een hoofd- of algemeen directeur onontbeerlijk is.

HvO, Roggeveenstraat, 1956

Juist op de dag van de opening van het Irenehuis, 9 mei 1956, baart bewoonster Sientje Hollander een kind.

De gemeente Amsterdam stelt een Commissie voor Woningnoodgevallen in, die zich buigt over de problematiek van dakloze gezinnen. Namens HvO heeft het bestuurslid mevrouw Wassink zitting in deze commissie. In een eerste stel bevindingen pleit deze commissie voor de opzet van een zogeheten doorgangshuis voor gezinnen, dat door Hulp voor Onbehuisden zou moeten worden geëxploiteerd. Voorwaarde is dat er voldoende woningen beschikbar zijn als vervolghuisvesting, anders zit en blijft het doorgangshuis zo vol. Het bestuur acht bovendien de kans groot dat gezinnen niet meer willen vertrekken en stelt voor een maximale verblijfsduur is te stellen. In de plannen komen echtparen in een eigen vertrek, terwijl de kinderen op slaapzalen verblijven.

HvO, Irenehuis, '50

Het Irenehuis van HvO in de jaren ’50. De naam staat boven de deur.

In mei is de scheiding van de vrouwen- en kinderafdeling aan de Roggeveenstraat een feit. De voorziening voor kinderen wordt het Prinses Irenehuis genoemd (koningin Juliana geeft officieel toestemming voor het gebruik van deze naam), voor de vrouwenafdeling wordt nog een naam gezocht. De Telegraaf is aanwezig bij de opening. Prinses Wilhelmina schenkt ƒ50 als reactie op de najaarsfolder. H.K.H. Prinses Beatrix meldt zich eind 1956 aan als lid van de vereniging HvO. Het kerstspel van het Marijkehuis wordt in 1956 geschreven en ingestudeerd door Leen Jongewaard van het toneelgezelschap Puck (de voorloper van Centrum). “Onder deze bekwame regie bereikte het spel een nog niet eerder bereikt peil,” aldus het jaarverslag. In 1956 verblijven gemiddeld 695 mensen per dag bij HvO, in nachtverblijven en verpleegdagen is dit 44.310 volwassenen en 210.229 kinderen.

1957

HvO, Marijkehuis, 1957

Kinderen van het Marijkehuis lopen de avondvierdaagse in 1957.

Op 2 januari eten de kinderen van Hulp voor Onbehuisden in Bellevue als gast van de Horeca en bekijken de film Dik Trom. De spelers uit het Marijkehuis van het kerstspel zien op 5 januari het toneelstuk Stad op stelten in het Leidsepleintheater, waar ze ‘hun’ Leen Jongewaard bloemen aanbieden. Publieke Werken voert in 1957 voor ƒ93.000 onderhoudswerkzaamheden uit aan de verschillende gebouwen van HvO. De GG&GD stelt voor anderhalve dag per week twee psychiaters beschikbaar ten behoeve van de populatie van Hulp voor Onbehuisden. Op 27 februari 1957 overlijdt de heer A. Volgers, directeur van de Mannenafdeling aan de Weesperzijde. René Bink volgt hem op. In 1957 spreekt het bestuur van Hulp voor Onbehuisden ruim zestig kandidaten voor de functie van algemeen directeur. Zonder succes.

HvO, Heldring, 1957

Oncko Heldring wordt in 1957 directeur van HvO.

Via een gemeenschappelijke kennis,  verzetsheldin en gemeenteraadslid Truus Wijsmuller-Meijer (1896-1978), komt men in contact met de dan 38-jarige O.W. (Oncko Wicher) Heldring, econoom en kleinzoon van de beroemde predikant en pedagoog uit de Betuwe Ottho Gerhard Heldring, oprichter van de bekende Heldring-gestichten. Na één gesprek is de zaak rond. Heldring neemt voor het eerst deel aan de bestuursvergadering van 3 juni van 1957. In de vergadering van 1 juli datzelfde jaar merkt Heldring, die bij indiensttreding alle panden van Hulp voor Onbehuisden heeft bezocht en met alle presidenten der afdelingen heeft gesproken, op de behuizing van de vrouwenopvang beneden de maat te vinden. Hij staat daarmee overigens op dat moment alleen in het bestuur. In het blad van HvO stelt de kersverse directeur zich voor. Hij vraagt zich af wat het vermogen van de vereniging is en komt uiteraard bij de waarde van de mens uit. Hij haalt “een dichter van drieduizend jaar geleden” aan. Heldring doelt op David, de koning van Israel, die na de nietigheid van de mens in de kosmos te hebben geconstateerd in Psalm 8:6 zegt: “Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt en hem met eer en luister gekroond.”

HvO, Weesperzijde, 1957

Uitstapje van de mannenafdeling van HvO in 1957.

Heldring gaat energiek aan de slag. In september heeft hij een verslag gemaakt van zijn eerste bevindingen als directeur. In oktober wil Heldring de vormgeving van het titelblad van het huisorgaan van HvO, Levensstrijd, nog eens kritisch tegen het licht houden. Sommige problemen blijken van alle tijden te zijn. Na aanleiding van de sluiting van een voorziening merkt hij op: “Er is van tevoren tijd om ampel te overwegen, wat wij met de huizen gaan doen; het is hachelijk om in deze tijd ruimte die men heeft prijs te geven.” Er verschijnt onder de naam Frits een stuk over HvO in De Telegraaf. Heldring verzekert dat deze journalist beslist niet in het nachtasiel heeft geslapen en dat hij de inhoud van het stuk overigens zeer matig vindt.

HvO, tekening, 1957

Een actie in 1957: televisie voor de mannen van de Weesperzijde.

Bink verzoekt in maart in Levensstrijd om een TV voor de Weesperzijde. Met succes, Philips schenkt een toestel. Van het overige geld wil men een bandrecorder (dan nog heel ingewikkeld wire-recorder geheten) en een radio kopen voor Folmina, met batterijen, voor het zomerkamp. Deze worden ook door Philips geschonken, zodat HvO met de bescheiden opbrengst van deze actie blijft zitten.

Op 1 juli 1957 is zuster Nauta 40 jaar in dienst van HvO.

Op 1 juli 1957 is zuster Nauta 40 jaar in dienst van HvO.

Meisjesafdeling Folmina zoekt opnieuw een man die af en toe eens met de meisjes spreekt, want “een proef met een jonge dominee is niet geslaagd.” Naar aanleiding van de plannen voor een tehuis voor dakloze gezinnen rijst de vraag of deze zelf een bijdrage aan het verblijf moeten leveren. “Men moet het verblijf bij HvO niet te aantrekkelijk maken door gratis logies te geven,” meent gemeentegedelegeerde Van Dam, directeur van de Sociale Dienst van Amsterdam. Is de opvang van gezinnen wel een kerntaak van HvO, vraagt het bestuur zich af. De meeste bestuursleden vinden uiteindelijk van wel. En zolang er plaats is worden deze mensen opgenomen, “want wij noemen ons toch Hulp voor Onbehuisden?”

HvO, Marikkehuis, 1957

Het Marikehuis na de avondvierdaagse in 1957.

Het aantal vakantiedagen voor pedagogisch personeel wordt verhoogd van 12 naar 18 per jaar. Dit getal komt niet uit de lucht vallen, ook het Diaconieweeshuis en het Burgerweeshuis geven 18 werkdagen vakantie. In september vertrekt R.J.W. Nijkamp als directeur van het Marijkehuis. Hij wordt begin 1958 opgevolgd door C.H. Teutscher. In 1957 komt Ans Tit op achtjarige leeftijd in het Marijkehuis aan de Stadhouderskade wonen, waar zij blijft tot 1967. In 2012 haalt zij herinneringen op aan die periode. Lees hier haar verhaal. Op 11 november overlijdt oud-directeur Honing op 80-jarige leeftijd. HvO herdenkt hem als een geboren pedagoog en leider met Heraclitus’ uitspraak “strijd is de vader aller dingen” als levensmotto. Honing was 23 jaar directeur van HvO.

1958

HvO, tijdschrift, 1958-59

Met ingang van 1958 verzorgt Total Design omslag en layout van het HvO-blad. Eerst Wim Crouwel, later vele jaren Ben Bos. Het omslag komt in vele kleuren.

Het jongenshuis aan de Prins Hendrikkade loopt slecht en is sterk onderbezet. HvO besluit dit huis te sluiten en de resterende jongens onder te brengen in het Prinses Marijkehuis. Het pand blijft behouden, er wordt onderzocht of het geschikt is voor werkende jongeren die via de reclassering worden aangemeld. Ook het bestaan van koepelinstellingen en allianties is van alle tijden. De vergaderingen van het Verbond van Algemene Instellingen zijn echter ‘een paskwil’ aldus Heldring. Men hoort er niets. Het zou beter zijn als onze vereniging in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd zou zijn. Besloten wordt ‘dat de heer Heldring met een kritisch oog de komende vergadering van het Verbond zal bezoeken.’

HvO, Roggeveenstraat

Kinderwagens in het zonnetje bij HvO aan de Roggeveenstraat in 1958.

Het Algemeen Verbond van organisaties voor kinderbescherming vraagt of HvO mee wil doen aan een te stichten opvanghuis voor jongens, een zogeheten ‘centre d’acceuil’. De vereniging aarzelt. Het plan is nogal ingewikkeld en men twijfelt of er wel voldoende behoefte is aan een dergelijke voorziening. Van 1958 tot 1968 wordt Levensstrijd, het driemaandelijks orgaan van de Vereniging Hulp voor Onbehuisden, ontworpen door grafisch vormgever Ben Bos van Total Design. Bos ontwerpt niet alleen omslag en lay-out van het blad, maar ook de huisstijl van HvO, jaarverslagen en diverse folders en brochures.

HvO, Marijkehuis, 1958

Sinterklaasfeest in het Marijkehuis, 1958.

Een lang artikel van de heer Bink, directeur van de mannenafdeling aan de Weesperzijde, getiteld ‘Zeventig mannen in een autobus’ over een uistapje van daklozen wordt overgenomen door weekblad De Echo. In het maartnummer van het HvO-blad wordt een stukje van S. Carmiggelt overgenomen. Het gaat om het verhaal Reclassering uit de bundel Honderd dwaasheden, waarin Kronkel verhaalt van een aardige nachtelijke ontmoeting met Daandelmeyer, een vriend van de schrijver, die bij de reclassering werkt. Carmiggelt besluit het stuk met: ‘En huiswaarts gaande, heb ik aan het vak van Daandelmeyer gedacht, dat zwaarder is dan stukjes-schrijven…’ De ophaaldienst van de mannenafdeling aan de Weesperzijde van HvO vindt tussen de oude spullen en het ‘brokkenwerk’ een tekening van de bekende kunstschilder Jan Sluijters. Het gerenommeerde veilinghuis Frederik Muller brengt de tekening onder de hamer. Omdat het om een vroeg werk gaat is de opbrengst helaas slechts 200 gulden.

HvO, folder, 1958

Uit een folder van HvO, 1958.

Voor de zomerfolder, die traditioneel wordt aangegrepen om geld in te zamelen vragen voor de vakantie kinderen van Hulp voor Onbehuisden, gebruikt HvO in 1958 een briefje van de zeer jonge en Amsterdamse bewoonster Marion, die onder meer schrijft: “Liefe Suster, wat sal ut fein sein as we dese somer weer na buite kenne gaan.” Deze ontwapenende oproep leidt gelukkig tot veel gulle reacties.

De penningmeester vermeldt in 1958 giften van onder meer prinses Wilhelmina en prinses Beatrix.

 

1959

HvO, tijdschrift, 1959

In het julinummer van het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden verschijnt deze foto van Ed van der Elsken.

Elke afdeling van Hulp voor Onbehuisden heeft behalve een leidinggevende (directeur) en medewerkers ook nog steeds een eigen zogeheten Commissie van Toezicht, voorgezeten door een president. Dit is ontstaan in de jaren twintig na de dood van Jonker, toen het bestuur van Hulp voor Onbehuisden een sterkere greep op de vereniging wilde krijgen. Deze fijnmazige en wat ingewikkelde structuur is directeur Heldring reeds lang een doorn in het oog en wordt met ingang van 1 januari 1959 afgeschaft. De voornaamste reden hiervoor is dat het werk en daarmee de organisatie teveel uit losstaande onderdelen dreigt te gaan bestaan, terwijl “HvO wil handelen vanuit één conceptie.”

HvO, folder, 1959

Paasfolder van Hulp voor Onbehuisden, 1959.

Heldring ziet een toename van het aantal ouden van dagen in de mannenafdeling aan de Weesperzijde. Hij pleit daarnaast voor het oprichten van een aparte voorziening voor jongere thuislozen. In het HvO-blad tekent redacteur René Bink het trieste verhaal op van Max D. die als zoon van een joodse diamantbewerker is gebroken door de Tweede Wereldoorlog en inmiddels een goede bekende is van diverse dak- en thuislozenvoorzieningen, waaronder Binks eigen internaat annex nachtasiel voor mannen aan de Weesperzijde.

HvO, Roggeveenstraat, 1959

Kind bij HvO in de Roggeveenstraat in 1959. Foto, Printikon.

Het verhaal ‘Avondje uit’ van Simon Carmiggelt uit diens bundel Een toontje lager (1959) gaat over een man met een zwaarmoedige dronk die uitgaat met zijn vrouw. ‘Maar het moeilijkst is het slot van de avond, als alle kroegen dicht zijn, want dan krijgt hij altijd over zich dat hij niet meer met haar onder één dak wil leven. “Ga maar weg,” roept hij dan. “Ik ga wel naar het Tehuis voor Onbehuisden. Dan ben ik eraf. Van jou. En van je mooie kinderen. En van de hele rotzooi.” En dan begint hij erheen te lopen, wankel doch vastberaden, zijn hoofd heldhaftig opgeheven.’

Verbouwing van het jongenshuis tot De Vreede, 1959. Foto, Hans van den Busken.

Verbouwing van het jongenshuis tot De Vreede, 1959. Foto, Hans van den Busken.

HvO maakt in het eerste nummer van het kwartaalblad de oprichting van een nieuwe afdeling voor mannen aan de Prins Hendrikkade bekend, in het pand waar eerder het jongenshuis was gevestigd. Het gaat om mensen van wie ‘sommigen uit de gevangenis komen, anderen een langdurige periode van werkloosheid achter de rug hebben en weer anderen misschien verpleegd zijn geweest in een psychiatrische inrichting.’ ‘Hoe voelt zich een man die uit de gevangenis komt en geen home heeft?’ vraagt Heldring in tijdschrift De Schakel uit 1959. ‘Hulp voor Onbehuisden en antwoordt bu hierop: “Wij hopen in ons nieuwe huis aan de Prins Hendrikkade: goed. Dat is althans het doel van het huis.”‘

HvO, schild D Vreede, 2014

Het schild van De Vreede hangt nog altijd op het Centraal Bureau van HVO-Querido.

Op 21 oktober onthult minister van justitie A.C.W. Beerman de gevelsteen van dit het huis, De Vreede genaamd, een zogeheten ‘huis der halve vrijheid’. De minister haalt in zijn toespraak de apostel Paulus aan en noemt het tehuis ‘een schrede op de weg des vredes,’ aldus De Tijd.
In dezelfde krant noemt Hulp voor Onbehuisden een tehuis als dit ‘een kwetsbaar experiment. De maatschappij zal bovendien geneigd zijn te denken dat de ontspoorde mens vertroeteld wordt. Elke mislukking zal worden geweten aan fatale moderne opvattingen. De H.V.O. meent echter zo’n taak tot slagen te kunnen voeren door een juiste taakopvatting en door nuchterheid.’

De Amigoe di Curaçao noemt De Vreede ‘een schakel tussen de gevangenis en de maatschappij.’

De steen in kwestie heeft volgens mevrouw Van Eeghen van het gemeentearchief aan een huis op de Overtoom bij de Gasthuisbrug gezeten en is waarschijnlijk bij Hulp voor Onbehuisden terechtgekomen toen men nog in het nabije Oud Buitengasthuis aan de Tweede Constatijn Huygensstraat zat. Op advies van de Amsterdamse gevelsteenspecialist H.W. Alings wordt de steen van De Vreede opnieuw beschilderd.

De Vreede verschaft onderdak aan maximaal dertig alleenstaande mannen van 18 tot 35 jaar, ‘wier aanpassing aan het normale maatschappelijke leven in het algemeen niet ongestoord verloopt. In hoofdzaak zullen er personen worden ondergebracht, die voorwaardelijk veroordeeld zijn of voorwaardelijk ter beschikking van de regering zijn gesteld,’ aldus het Nieuwsblad van het Noorden.

HvO, Roggeveenstraat, 1959

Het Irenehuis van Hulp voor Onbehuisden in 1959. Foto, bureau Printikon.

Door de bouw van de Nederlandse bank aan het Frederiksplein moet HvO zowel een andere plaats vinden voor Folmina, en tehuis voor 24 meisjes aan het Oosteinde als voor het hoofdkantoor aan het Westeinde. Als hoofdkantoor biedt de gemeente HvO het kantoor van de voormalige Luycks zuurwarenfabriek aan de Weesperzijde 116 aan. Dat is vlak naast het nachtasiel en manneninternaat op nummer 110.

HvO, Roggeveenstraat, 1959

Van Diemenstraat, met de achterkant van HvO aan de Roggeveenstraat, 1959. Foto, bureau Printikon.

De gemeente wil statistische gegevens over bewoners van Hulp voor Onbehuisden. Wat is de oorzaak van de opname? Is de persoon een zogeheten “blijver” of een “trekker”? Het verwerken van de gegevens gaat op een voor de jaren vijftig uiterst moderne manier. Heldring meldt dat de gegevens op kaarten worden aangetekend en door de gemeente met Hollerith machines (een voorloper van de computer) worden verwerkt. Directeur Heldring en bestuursvoorzitter Stheeman worden in 1959 ontvangen door Koningin Juliana bij haar bezoek aan Amsterdam. Het gesprek duurt twintig minuten. Koningin Juliana toont veel belangstelling voor het werk van de vereniging en is vooral geïnteresseerd in de problemen van dakloze gezinnen en in De Vreede, de nieuwe voorziening van HvO aan de Prins Hendrikkade.

HvO, Marijkehuis, 1959

Kinderen van het Marijkehuis krijgen modeltrein, 1959.

Op 17 november verschijnt er een artikel in de rubriek Gehoord & Gezien van P.W. Russel (van 1953 tot 1989 een succesvolle column op pagina twee) van het Algemeen Dagblad over het Prinses Marijkehuis van HvO aan de Stadhouderskade. De journalist maakt melding van het feit het tehuis een uitgebreide speelgoedtrein heeft gekregen van de Vereniging voor Modeltreinbouwers, (zie hierover ook de Leeuwarder Courant van die dag) maar dat de 130 kinderen desondanks niet omkomen in het speelgoed. De krant doet dan ook een oproep aan de lezers om een bijdrage te leveren. Directeur C.H. Teutscher van het Marijkehuis zegt dat de particuliere steun door het subsidiestelsel tot het minimum is gereduceerd. Desalniettemin vraagt hij voor de jonge bewoners kinderboeken ten geschenke. Men mikt op 250 boeken. De oproep valt in goede aarde, reeds de volgende dag kan hetzelfde Algemeen Dagblad berichten dat er al 172 kinderboeken binnen zijn.

 


vorige <<              >> volgende

Reacties ( 8 )

  • hanswijbrandts says:

    ben vanaf 05 1942 tot 03 46 te gast geweest stadhouderskade 84 heb het ondanks moeilijke tijd niet als naar ervaren heb nog vele goede heringen aan die tijd zat op de franshalschool

  • Hans Pieters says:

    1952-1955 HVO Roggeveenstraat, van 5e tot 8e levensjaar. Herinner mij o.a. een scheepsbezoek, een uitje met de pont naar het Vliegenbos, en vakantie in Hulshorst. Jongere broertje zag ik nooit, zat in “Pinoccio” of de “nok”. Hij ging later naar het Marijkehuis, ik naar het Luthers Weeshuis. Eén zuster troostte mij met “het snoepje van de week”, het enige werkelijke lichtpuntje uit die periode van mijn jongste jaren. Mijn dank aan het HVO en zusters die het zo goed meenden, maar al zorgende niet wisten nodige gezinswarmte na te bootsen.
    “Voorgoed”, een geestgrievend woord van mijn vader, dat ik niet verstond, toen hij zei dat mijn moeder vertrok.
    Snikdonkere periodes later begreep ik: Niets is voorgoed.

    • ingrid langereis de gooyer. says:

      Dag hans, ik zat ook in het irene huis van 1955 tot 1959 ik was ook op vakantie in de hulshorst, we sliepen in stapelbedden en gingen vaak bosbessen plukken het was bij een mlitair oefenterrein. Ik zat bij het kindergroepje de kevers. Ik herinner mij ook de zandbak buiten op het plaatsje van het tehuis, waar ik het geweldig vond om te spelen. Ik had er ook vriendinnetjes martientje roos, rietje langereis, maria……en sonja…. ik zat op de smallenpadschool,kleuterschool bij juffrouw varenkamp. En 1jaar op de lagere school. Daarna moest ik naar het marijkehuis ,je kon tot je 6-7e jaar in het huis blijven dan moest je naar een ander tehuis of weer naar je moeder,dat was geen optie,mijn moeder was dakloos.mijn vader heb ik nooit gezien, zelfs geen foto.ik heb gehuild toen ik weg moest ik had er graag willen blijven!

  • han de vries says:

    leuk waardevolle informatie over prinses marijke huis

    ik heb er ook gewoond 1955 1956 1957..

    dank u

  • Bep Doting says:

    Een fijne tijd gehad 1950-1953 of langer
    Veel geleerd sokken stoppen en veel meer
    Zuster Boe’ree
    Zuster Ossewaarde
    Zuster Nauta
    Ik heb veel aan me kinderen verteld
    School Franshal school

    • janny wals says:

      wanneer zat uw daar ik in 1960 tot 1962 ik zat in groep c
      zuster Boeree die zat in groep b en de kleintjes in groep d
      en elke donderdag naar de bioscoop gerda en lies en marion ria en hanneke en jos en thea ik zat daar met me zusjes en broertjes en met vakantie gingen we naar Arnhem was heel leuk daar groetjes janny

  • janny wals says:

    ik ook zuster boeree was de hoofdzuster meneer tunese was de dicteur ik zat bij zuster kiereweer en zuster stol
    af en toe zuster de langer die fond ik niet lief
    en we gingen ook met vakantie naar Arnhem en dat was heel leuk
    wie kan me nog van 1959 tot 1962 wij zaten daar met me broetjes en zusjes onze moeder die lag toen in het ziekehuis
    groejes van Janny Wals

  • Nico Prinse says:

    Ik zat in het Prinses Marijkehuis vanaf 1952 tot 1958.Wie zat daar ook in die periode?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *