Nieuws

Beslisboom beloftevol screeningsinstrument

Eta Mulder was betrokken bij een advies aan het Ministerie van VWS over de toegang tot de Wet Langdurige Zorg (WLZ). In dit advies is een rol weggelegd voor instrumenten die HVO-Querido heeft ontwikkeld in het kader van de zorgprogrammering. Een gesprek met Eta over de positie van het beschermd wonen in de WMO en de WLZ, en over de relatie van haar advies met de zorgprogrammeringsinstrumenten van HVO-Querido.

Beschermd wonen en toegang tot de WLZ: hoe zit dat nu precies?
In de originele plannen voor de WLZ bestond geen toegang voor mensen met GGZ-problematiek. Maar in januari heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen van Mona Keijzer (CDA) en Vera Bergkamp (D66) waarin staat dat het niet mag uitmaken waarom mensen langdurige zorg nodig hebben; zowel lichamelijke als geestelijke zorg kan voor lange tijd nodig zijn. Op grond van deze motie kunnen GGZ-cliënten op basis van objectieve inhoudelijke criteria toegang krijgen tot de WLZ.

Omdat het politieke klimaat geen ruimte liet voor de GGZ in de nieuwe AWBZ, had de RIBW-Alliantie er in eerste instantie voor gepleit om het beschermd en begeleid wonen onder te brengen bij de Zorgverzekeringswet (ZVW). Het werd uiteindelijk de WMO. We waren blij verrast met deze motie die in essentie zegt dat mensen met een langdurende psychische beperking dezelfde rechten op zorg moeten hebben als mensen met andere langdurende beperkingen. De motie geeft ruimte om het beschermd wonen voor mensen te behouden en de kwaliteit te verbeteren.

Waar heeft het advies betrekking op?
Voor mensen met een ZZP-B pakket, die woonzorg en behandeling krijgen in een kliniek, is de route duidelijk. Zij vallen gedurende drie jaar onder de ZVW en daarna onder de WLZ. Mensen die gebruik maken van beschermd en begeleid wonen hebben een ZZP-C pakket en voor hen loopt de route anders. Zij doen vanaf 2015 een beroep op de WMO. Zij kunnen eventueel toegang krijgen tot de WLZ, maar dat kan pas als er objectieve criteria zijn geformuleerd. De RIBW-Alliantie vindt dat je de vraag welke mensen met een psychische beperking nou aanspraak mogen maken op de WLZ op inhoudelijke gronden moet beantwoorden. Het advies gaat daarom over de inhoudelijke vragen die je wil opnemen in een screeningsinstrument.

Wat heeft het advies te maken met de zorgprogrammering van HVO-Querido?
De RIBW-Alliantie is samen met GGZ-Nederland en de Federatie Opvang in het veld op zoek gegaan naar inhoudelijke gronden om te beoordelen of iemand met een psychische beperking nu aanspraak moet maken op de WMO of op de WLZ. De beslisbomen die HVO-Querido heeft ontwikkeld in het kader van de zorgprogrammering, bieden houvast. De beslisbomen leiden cliënten toe naar de zorgprogramma’s of zorgpaden met het aanbod dat het best bij hun past. In de beslisbomen maakt HVO-Querido onderscheid tussen trajecten gericht op ontwikkeling en trajecten gericht op stabilisatie. Dat lijkt ons een zinvol onderscheid voor de WLZ en de WMO.

Wat is nu het advies aan VWS?
Het instrumentarium van HVO-Querido lijkt beloftevol. De zoektocht richt zich nu op de vraag: uit welke variabelen kun je opmaken of iemand ontwikkelperspectief heeft? We hebben het ministerie dan ook geadviseerd om te kijken of er in het veld nog meer waardevolle bouwstenen zijn voor een screeningsinstrument. Vervolgens moet het instrument ontwikkeld en gevalideerd worden. Daar zijn in het gunstigste geval negen maanden voor nodig. We hopen dat het instrument in het voorjaar van 2015 beschikbaar is voor het veld.

Voor wie is het screeningsinstrument bedoeld?
We denken dat er enige professionaliteit nodig is om het screeningsinstrument te gebruiken. Je moet ervaring hebben met mensen met een psychische beperking, hun mogelijkheden kennen, kennis hebben van ziektebeelden. We denken aan huisartsen, GGZ-behandelaren, sociale wijkteams, woonbegeleiders. Zij kunnen de beslisboom gebruiken om te checken of hun eerste gevoel klopt. Met de uitkomst van de beslisboom moet je bij het CIZ kunnen aanbellen. Als dat in 90% van de gevallen leidt tot een positieve beschikking, zijn we tevreden.

Eta Mulder is secretaris van het bestuur van de RIBW Alliantie, een vereniging van 22 zorgorganisaties die beschermd en begeleid wonen aanbieden voor mensen met een psychische beperking. De RIBW Alliantie is een platform voor het delen van kennis en het verspreiden van informatie en werkt nauw samen met de Federatie Opvang en GGZ Nederland.

Reacties ( 3 )

  • Miep Thuijls says:

    Beter laat dan nooit:
    zie IVO: ‘Ontwikkeling cliëntprofielen in MO’:
    Het schema op blz 45 is wellicht te gebruiken:
    profiel 1 t/m 6 : WMO
    profiel 7 t/m 9 : WLZ

  • joyce cifrek says:

    Dit zou een goed meetinstrument zijn om onderscheid te maken tussen stabiliteitsgericht en ontwikkelingsgericht .
    Hoop dat deze toelatinscreteria snel afgerond wordt zodat vele die zich in deze situatie bevinden, weten waar zij aan toe zijn.

  • E.Hermon says:

    Onze zoon woont zelfstandig met tot nu toe begeleiding vanuit het PGB. In de praktijk is dit veel te weinig. Heeft PDD-NOS en ADHD. Afgezien dat onze zoon zijn werk doet en zorgt dat hij op tijd is, is daar naast zijn hoofd vol. Al de andere vaardigheden om zelfstandig te wonen bezit hij niet en het overweldigt hem zodanig dat hij liever uit het leven zou stappen omdat hij het zo zwaar vindt. Voor ons zou een goede screeningsmethode kunnen helpen om aan te tonen dat onze zoon een begeleid zelfstandig woonvorm nodig heeft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *