8 maart 2021 Internationale Vrouwendag

In verband met deze dag steken we slachtoffers van mensenhandel een hart onder de riem te steken.

Bij deze een persoonlijk relaas:

Ik ben slachtoffer van een loverboy. Ik was 17 toen ik hem leerde kennen. Ik was heel erg onzeker over mezelf. Bijvoorbeeld omdat ik gepest werd. Hij was lief voor me.  Ik kreeg steeds meer ruzie met m’n ouders dus liep ik weg. Ik ging bij hem wonen. Hij gaf me van alles. Ik zag geen gevaar.

Hij veranderde. Hij werd agressief. Hij sloeg me vaak. Hij kon boos worden om de kleinste dingen. Hij schold me dan ook uit en hij schreeuwde tegen me. Toch kon hij soms nog lief zijn.

Hij heeft mij seksueel misbruikt. Ik dacht dat dit normaal was. Later dwong hij me om in de prostitutie te werken. Hij zei dat ik dit zelf wilde en dat hij geld van mij tegoed had.

Ik schaamde me en ik voelde me nog viezer. Ik dronk de pijn weg. Ik was verslaafd. Hij bedreigde me dagelijks. Ook zou hij foto’s van mij in lingerie aan mijn familie laten zien als ik weg zou gaan. Ik durfde niets te doen.  Wie zou me geloven?

Het geld dat ik verdiende ging naar hem. Ook veel geld van m’n bankrekening. Bij elkaar heeft hij ongeveer 10.000 euro aan mij verdiend. Ik had geen cent. Ik heb ook een tattoo met zijn naam op mijn lichaam staan.

Ik was inmiddels best lang bij hem. Ik ging eraan kapot. Ik had lichamelijke klachten door het geweld. Ik was depressief en ik sneed mezelf. Ik trok dit niet langer. Ik was bang dat ik het niet zou overleven. De politie heeft mij naar een veilige plaats gebracht.

Toen kwam ik in de opvang. Op een geheim adres. In het begin was dat niet makkelijk. Je leven staat stil. Ik was depressief. Ik sneed mezelf. Mensen in mijn omgeving waren bang dat ik zelfmoord zou plegen.

Ik voelde me vies en ik schaamde me. Ik zorgde niet goed voor mezelf want ik vond niet dat ik dat waard was. Eigenlijk haatte ik mezelf.

Continu werd ik aan hem herinnerd. Ik had nachtmerries. Ook zag ik telkens beelden terug. Ik heb een posttraumatische stress stoornis. Ik was mijn  identiteit helemaal kwijt. Ik had anorexia nervosa. Hierdoor vluchtte ik voor de pijn.

Ik was ook totaal niet zelfstandig. Ik kon bijvoorbeeld niet koken en ik wist niets van het huishouden. In de opvang hielpen ze me om mijn leven weer in te richten.

Het contact met mijn familie en vrienden werd beter. In de ochtend drinken we koffie met de andere vrouwen. Er zijn vaak dagactiviteiten. Iedereen moet op tijd binnen zijn.

Ik moest compleet anders leven. Als iemand me ergens voor uitnodigde moest ik vaak afzeggen. Omdat ik op tijd binnen moet zijn of omdat veel plaatsen niet meer veilig zijn. In het begin vond ik dat moeilijk.

Ik heb ervoor gekozen om aangifte te doen. Dat is best heftig. Je moet dan een paar keer terugkomen en alles in details vertellen.

Ik krijg ook therapie om het verleden te verwerken. Ik kreeg bijvoorbeeld EMDR. Daarmee kunnen mijn trauma’s worden verminderd. Ook leer ik om weerbaar te worden.

Ik heb geprobeerd om op mezelf te wonen. Ik was kwetsbaar voor de verkeerde mensen. Ik ging terug naar de opvang.

Toen ik langer in de opvang was vond ik de structuur fijn. Ik ben een stuk zelfstandiger geworden. Ook raakte ik gewend aan de huisregels. Ik ben beter voor mezelf gaan zorgen. Ik ben niet meer verslaafd en ik eet een stuk beter.

Ik realiseerde me nu hoe beschadigd ik was en hoe heftig het allemaal was. Ik heb weer een eigen identiteit. Ik haat mijn ex. Maar zijn naam staat nog steeds op mijn lichaam. Ook heb ik nog steeds lichamelijke klachten.

Ik let nu altijd op welke kleding ik draag. Ik wil niet de verkeerde indruk geven. Zo is de kans kleiner dat mannen op de straat me op een vervelende manier aanspreken. De angst dat ik hem tegenkom blijft denk ik altijd bestaan. Waar ik ook heenga.

Ik ga soms weer naar school. Ik voel me nog vaak rot en ik kan me slecht concentreren. Ik kan nog niet 100% van de leuke dingen genieten. Ik ben blij met de mensen die me steunen en begrijpen. Ik weet dat er mensen zijn die van me houden.

Ik heb tijd nodig om de pijnlijke herinneringen te verwerken. Maar ik zie mijn toekomst positief. Langzaam vul ik m’n leven weer in.

Gedwongen prostitutie in hotels

Ina Hut, directeur-bestuurder van het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha) en de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, ­Herman Bolhaar vrezen dat sinds de coronapandemie meer jongeren in uitbuitingssituaties ­terechtkomen. Door de coronamaatregelen zit iedereen meer thuis en besteedt meer tijd on­line. Bovendien zijn hotelkamers nu stukken goedkoper door een gebrek aan toeristen.

Zie het artikel in Het Parool.

 

Ze wilden in Nederland werken, ze wisten alleen niet dat ze uitgebuit zouden worden

Uit: PlusAchtergrond

Vorig jaar november ging een Indiaas restaurant dicht. Vanwege een verbouwing, was het officiële verhaal. Maar direct betrokkenen binnen en buiten het bedrijf en oud-personeel van het restaurant, vertellen iets anders: gesloten wegens arbeidsuitbuiting. Volgens de wet: mensenhandel. Het onderzoek van de Inspectie ­Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) loopt nog steeds

Lees verder:

https://www.parool.nl/amsterdam/ze-wilden-in-nederland-werken-ze-wisten-alleen-niet-dat-ze-uitgebuit-zouden-worden

Europese Dag tegen mensenhandel

Europese Dag tegen mensenhandel

18 oktober

 

Deze dag is door de Europese Commissie uitgeroepen tot de dag tegen mensenhandel.

Doel is lidstaten ertoe zetten hun beleid tegen moderne slavernij te verbeteren.

https://mensenrechten.nl/nl/agenda/europese-dag-tegen-mensenhandel.

 

‘In mijn land van herkomst heb ik me bij een bemiddelingsbureau voor werk in het buitenland aangemeld.

Alles zag er op papier goed uit: een visum voor langdurig verblijf, werk en verblijf gegarandeerd.

Maar ik heb 6 dagen per week moeten werken.

Elke dag wel meer dan 10 uren.

Ik heb in een kelder moeten slapen.

Ik kreeg veel minder uitbetaald dan was afgesproken.

Ik kreeg mijn pinpas niet in eigen beheer.

Mijn werkgever had mijn pinpas en nam geld op van de rekening.

Dit voelde niet okay en ik ben daarom hulp gaan zoeken.

Ik ben opgevangen in een opvanghuis.’ G. uit een Aziatisch land

Slachtoffers mensenhandel verdwijnen uit beeld door nieuwe privacyregels

Er is steeds minder zicht op slachtoffers van mensenhandel. Vooral Nederlandse kinderen die seksueel worden uitgebuit raken uit beeld. Het aantal geregistreerde slachtoffers van mensenhandel is de afgelopen jaren bijna gehalveerd, schrijft de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in een rapport. Daardoor komt de bescherming van slachtoffers in gevaar.

In 2014 kreeg CoMensha, het Coördinatiecentrum tegen mensenhandel, 1255 meldingen. Vorig jaar waren dat er nog maar 668.
Vooral hulpinstanties melden veel minder. Volgens de Nationaal Rapporteur heeft dat te maken met de nieuwe privacywetgeving die vorig jaar van kracht werd. Organisaties zeggen dat ze geen melding meer mogen doen zonder toestemming van het slachtoffer. “Wat heb je aan privacyregels als je ten prooi valt aan een mensenhandelaar?”, vraagt rapporteur Herman Bolhaar. “Dan wil je in de eerste plaats dat je beschermd wordt. En daarom moeten we weten wie het zijn.”

 “Voor verwerking van gegevens moeten we expliciet toestemming vragen. Ik schat dat nog maar een op de vijf slachtoffers akkoord geeft. “

Rob Kelder, zorgcoördinator mensenhandel

Bij jeugdzorginstellingen en zorgcoördinatoren is ten onrechte een kramp ontstaan, merkt Ina Hut van CoMensha. “Terwijl zij juist ontzettend belangrijk zijn bij het signaleren van mensenhandel.”

De NOS sprak verschillende instellingen die hulp bieden aan slachtoffers. Zij erkennen dat ze door de privacyregels terughoudend zijn geworden met melden. Een van de organisaties, Fairwork, deed eerder zo’n 125 keer per jaar melding van mensenhandel; vorig jaar nog maar 5 keer.

Ook het aantal meldingen door hulporganisatie Fier liep flink terug. “Voor iedere verwerking van gegevens moeten we nu expliciet toestemming vragen”, zegt Rob Kelder, zorgcoördinator mensenhandel in Friesland. “Ik schat dat nog maar een op de vijf slachtoffers akkoord geeft. Ze zien het voordeel niet direct.”

Minder effectief

Minder registraties betekent volgens de Nationaal Rapporteur dat er minder effectief tegen mensenhandel kan worden opgetreden. Volgens de betrokken organisaties zijn de problemen met mensenhandel in Nederland nog altijd even groot.

De Nationaal Rapporteur meldt dat vooral het zicht op slachtoffers van seksuele uitbuiting dramatisch is afgenomen. Bolhaar schat dat er jaarlijks zo’n 3000 mensen in Nederland gedwongen worden tot prostitutie, van wie 1300 minderjarigen. Vorig jaar waren er maar 132 meldingen over seksuele uitbuiting, waarvan 29 over minderjarigen.

Opsporingsdiensten zijn wettelijk verplicht om mensenhandel te melden bij CoMensha. Maar voor hulporganisaties, gemeenten, scholen en jeugdzorginstellingen geldt die verplichting niet

Vorig jaar kondigde het kabinet maatregelen af om mensenhandel te bestrijden. Maar volgens de Nationaal Rapporteur is die aanpak te versnipperd. “Het is los zand, we zijn niet gericht genoeg bezig”, zegt Bolhaar. Ook vorig jaar klonk al kritiek dat een visie en concrete doelstellingen ontbreken.

Bron: nos.nl

Tien maanden verder: het afsluiten van de stage

Op maandag 3 september 2018 startte onze stagiaire S. bij het ACM-COSM. ”De eerste avond had ik op de terugweg hoofdpijn omdat ik zoveel informatie tot mij had genomen. Ik dacht hoe ga ik dit allemaal in Godsnaam onthouden?!” Inmiddels zijn we dik tien maanden en heel wat informatie verder. Op vrijdag 28 juni heeft S. haar stage bij ons afgesloten. Wij konden haar natuurlijk niet laten gaan voordat we haar even aan de tand hebben gevoeld over haar beleving bij ons op de afdeling.

 

Continue reading “Tien maanden verder: het afsluiten van de stage”